"Leven met Posttraumatische Dystrofie - CRPS na bedrijfsongeval"

Sinds 2007 heb ik Posttraumatische Dystrofie door een bedrijfsongeval aan beide knieën opgelopen. Vanaf dat moment is mijn leven in een klap zeer ingrijpend veranderd.

Voor mij zijn er inmiddels al enkele "verloren" jaren gepasseerd, waarbij door diverse artsen, de voorbereidingen, de onvoldoende aandacht, de vooroordelen, de verkeerde diagnose, de verkeerde medicijnen, de onjuiste uitspraken er allen voor hebben gezorgd dat mijn Posttraumatische Dystrofie aandoening (beiderzijds) inmiddels van de acute fase in de chronische fase terecht is gekomen, wat verstrekkende gevolgen heeft voor mijn toekomst.


Vandaar dit informatie BLOG op internet over CRPS & bedrijfsongeval. Hopelijk kunnen slachtoffers en/of patiënten via WANDOU'S CORNER sneller bruikbare informatie, links, tips, etc. vinden.

TIP: Sinds 2010 ben ik onder behandeling van een deskundig pijnbehandelcentrum (het LUMC) in Leiden. Hier worden CRPS patienten daadwerkelijk serieus genomen en tevens zeer deskundig behandeld.

Sinds februari 2011 is er helaas ook CRPS/Posttraumatische Dystrofie in mijn rechter enkel/voet ontstaan!!!

"Posttraumatische dystrofie is een zeer ernstig te nemen aandoening."

"Ziektebeeld"
Posttraumatische Dystrofie (PD) is een complicatie die na een letsel of een operatie aan een ledemaat, arm of been ontstaat. De ernst ervan staat los van de ernst van het letsel. Zo kan een klein letsel, bijvoorbeeld een kneuzing van de hand, een ernstige vorm van PD geven. Een zwaar letsel, zoals een gecompliceerde enkelbreuk, kan in lichte mate PD tot gevolg hebben. PD is een van de belangrijkste oorzaken van functieverlies en invaliditeit na ongevallen of operaties aan een ledemaat. Alle weefsels en alle functies van een arm of been kunnen door PD worden aangetast. Er kan ernstige invaliditeit en moeilijk te behandelen pijn optreden. De patiënt kan in een maatschappelijk en sociaal isolement terecht komen. Jaarlijks krijgen 8.000 mensen deze complicatie na een letsel. In enkele gevallen ontstaat PD spontaan. Het overgrote deel van de 8.000 mensen geneest binnen korte tijd, veelal zonder restverschijnsel. De overige patiënten krijgen te maken met een langdurige of zelfs chronische situatie. Naar schatting zijn er tenminste 20.000 chronische PD-patiënten in Nederland. Posttraumatische dystrofie is een aandoening die bij alle leeftijden voor komt, maar vaker bij mensen tussen de 45 en 60 jaar en meer bij vrouwen (75%) dan bij mannen. Ook is het een aandoening die wereldwijd wordt aangetroffen zoals in Amerika, Engeland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, België, Italië, Zuid-Afrika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland. Posttraumatische dystrofie is in Nederland ook bekend onder de namen Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. Er zijn heel veel benamingen voor en in de literatuur worden wel 50 verschillende namen vermeld. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

"Theorieën"
Er is een aantal theorieën over het ontstaan van PD waarbij de theorie over de (over)reactie van het sympathisch zenuwstelsel en de ontstekingstheorie op de voorgrond staan.

"Sympathische reflex theorie"
Het ontstaan van PD wordt in deze theorie toegeschreven aan een over-reactie van het sympathisch zenuwstelsel. De verstoring van het sympathisch zenuwstelsel leidt tot veranderingen in kleur, temperatuur en zweten van het lidmaat. Niet alle verschijnselen van PD kunnen vanuit deze stoornis worden verklaard.

"Abnormale ontstekingsreactie theorie"
PD is, volgens deze theorie, een abnormale (steriele) ontstekingsreactie waarbij zuurstofradicalen een grote rol spelen. Er zouden teveel zuurstofradicalen worden gevormd waardoor gezond weefsel beschadigd wordt. Het normale herstel zou uit de hand lopen. De kenmerkende verschijnselen bij een ontsteking zijn roodheid, zwelling, warmte, functiestoornis en pijn.

"Theorie en bewijs: lokale neurogene ontsteking"
Er wordt vanuit gegaan dat op basis van weefselschade er een ontstekingsreactie tot stand komt die primair tot doel heeft tot genezing te leiden, maar echter op hol slaat. De ontstekingsreactie heeft tot gevolg dat er lekkage van zenuweiwit ontstaat. Dit heeft vervolgens weer tot gevolg dat er in de beslisstations in het ruggenmerg en hogere centra, veranderingen optreden die leiden tot ontregeling van het onwillekeurig zenuwstelsel en de symptomen van allodynie, dystonie en spasme.

Bewijsvoering: er is aangetoond dat bij posttraumatische dystrofie sprake is van een lokale neurogene ontsteking.

"Symptomen"
De symptomen van posttraumatische dystrofie zijn:


I. 4 of 5 van de volgende symptomen:
- onverklaarbare diffuse pijn, veelal brandende pijn en in een gebied groter dan het oorsponkelijk letsel
- verschil in huidskleur (rood of blauw)
- diffuus oedeem, zwelling
- verschil in huidtemperatuur (warmer of kouder dan het andere ledemaat)
- actieve bewegingsbeperking o.a. door pijn en stijfheid

II. het ontstaan of verergeren van symptomen na inspanning

III. symptomen in een gebied aanwezig groter dan het gebied van het eerste letsel of operatie, en in ieder geval in het gebied distaal van het eerste letsel. Deze symptomen verergeren na inspanning waarbij na hele korte tijd al een verheviging van bovenstaande reacties kan optreden. De pijn kan extreme vormen aannemen. Bij ongeveer 5% is er sprake van een zogenaamde koude dystrofie en is het ledemaat koud en blauw.

Andere verschijnselen die op kunnen treden zijn:

"Sympathische verschijnselen"
Overmatige zweetafscheiding: het ledemaat kan kletsnat worden. Veranderde nagel- en haargroei: op het ledemaat kunnen lange haren gaan groeien en de nagels groeien snel.

"Zenuwaantasting"
Er kan een grote gevoeligheid voor pijnprikkels ontstaan. Behalve dat men de pijn 'van binnen' voelt kan er ook zogenaamde aanrakingspijn aanwezig zijn. Men kan het niet verdragen als de huid, hoe licht ook, bijvoorbeeld met een veertje of wattenbolletje, wordt aangeraakt. Er kan een verminderd tastgevoel ontstaan of men ervaart dat het ledemaat niet meer bij het lichaamsschema hoort (het gevoel of de hand bijvoorbeeld erg ver weg is). De spierkracht neemt snel af en men heeft geen kracht meer om een kopje vast te houden of een zware deur te openen of een stukje te lopen. In ernstige gevallen kan de totale spierkracht verloren gaan en is er sprake van een (pseudo)-paralyse. Men heeft een verlamming maar op een EMG-onderzoek is er geen afwijking te zien.

"Tekenen van dystrofie of atrofie"
Na maanden kan het ledemaat er schraal en ingevallen uit gaan zien omdat het onderhuids vetweefsel en de spieren grotendeels verdwenen zijn. Op een röntgenfoto is vaak botontkalking te zien. Ook kunnen de gewrichten onherstelbare schade hebben opgelopen. Verdere complicaties kunnen zijn: contracturen, moeilijk te genezen zweertjes, enorme zwelling, ongecontroleerde bewegingen, verkrampingen. Het is mogelijk dat de PD uitbreidt naar andere ledematen. Wanneer men genezen is, is de kans dat PD terugkomt, er een recidief is, aanwezig.

Hoe snel moet men erbij zijn?
Diagnose en behandeling binnen de drie maanden na het zich inzetten van de aandoening is cruciaal. Men moet dus snel op blijvende pijn na operatie of ongeval reageren en/of doorverwijzen, en het niet afdoen als, "het zal wel beteren". Indien men reageert op je pijn en de CRPS snel ontdekt, dan heb je als patiënt nog alle kansen om te verbeteren. De aandoening is nog maar in de prille beginfase en kan nog gestild worden, zodat de gevolgen minimaal zijn. Voorwaarde is wel dat de behandeling die men je geeft aanslaat. Er zijn ondertussen al veel verschillende behandelingen om uit te kiezen. Weet dat in een aantal gevallen niets aanslaat en de aandoening toch erger wordt.

Wat is een botscan?
Een trifasische botscan is een van vele onderzoeken die een arts kunnen helpen de diagnose te stellen. CRPS is echter een klinische diagnose, d.w.z. dat een arts, in de eerste plaats, reageert op de symptomen. Een botscan is geen middel om ja/neen de diagnose te stellen. Een trifasische botscan kan positief/negatief zijn al naargelang het stadium waarin je verkeert. Tot hiertoe kent CRPS geen enkel onderzoek dat precies kan vaststellen of je de aandoening hebt of niet. Je klachten, je historiek, de tekenen en symptomen zijn uiterst belangrijk.

Is CRPS psychologisch?
Er is geen bewijs dat de aandoening psychologisch is. Er zijn al een aantal bewijzen geleverd dat de aandoening fysisch is; zo werd bvb. in de jaren 90 onderzoek verricht aan de universiteit van Nijmegen, waarbij men kon aantonen dat de zenuwen van CRPS patiënten dezelfde soort schade vertonen als die van diabetici.

Komt het enkel bij mensen voor?
Neen. Er zijn gevallen van CRPS bekend bij honden.

Hoe zit het met pijn?
De pijn bij CRPS is zeer moeilijk onder controle te krijgen. De pijn, die niet wijkt, is hoger dan die van niet-terminale kanker, en hoger dan de pijn bij een eerste bevalling. De behandeling moet dan ook aangepast zijn aan de pijn die je hebt.

Kan het zich verspreiden?
Ja. In 70% van de gevallen kan het zich verspreiden. Eerst doorheen het aangetast lidmaat, vaak naar het uiteinde: naar hand, voet, schouder. Het kan zich spiegelen, d.w.z. verspreiden naar het tegenoverliggend lidmaat, bvb. van been naar been. Of CRPS kan verspringen, bvb. van been naar arm. Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD kan bijna elk deel of systeem van het lichaam aangetast raken. Abnormaliteiten van de ademhaling, van het hart, of de spijsvertering kunnen ontstaan. Ook darm en blaas dysfuncties kunnen voorkomen.

Zijn er ook dingen die men niet mag doen?
Ja. De sympathectomie, zowel chirurgisch en chemisch; een permanente zenuwblokkade met zware gevolgen. Amputatie. Chirurgische procedures op het aangetaste lidmaat. Gipsen. Immobiliteit. Toepassing van ijs. Deze dingen zorgen er vaak voor dat CRPS zich meer gaat manifesteren dan voorheen, of ze hebben een negatief, onvoorspelbaar effect op de aandoening. Men moet erg voorzichtig zijn met deze "behandelingen", en in geval van een dringend noodzakelijke chirurgische ingreep moet men de nodige voorzorgen nemen.

Wanneer stopt het?
Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD dat dit in het algemeen beschouwd, kan CRPS duren van een paar weken tot de rest van je leven. Er kunnen periodes zijn van remissie, waar de tekenen en symptomen minder worden of verdwijnen, maar dat kan niet uitsluiten dat het niet plots weer erger wordt, zonder aanleiding of door een nieuw ongeval of nieuwe operatie.


EEN BEDRIJFSONGEVAL EN DAN?

Tip 1
Ga bij klachten direct naar uw huisarts! Het liefst nog dezelfde dag, maar in ieder geval zo spoedig mogelijk. Aarzel niet bij uw huisarts een bezoek te brengen, ook als u denkt dat het wel meevalt. Niet alle gevolgen van opgelopen letsel zijn direct te overzien. U doet er goed aan om alle klachten die u na het ongeval bij u zelf bemerkt direct met uw huisarts te bespreken. Wellicht denkt u later dat het bezoek aan de arts achterwege had kunnen blijven. Dat is dan heel prettig, omdat u dan voorspoedig bent hersteld. In een slechter geval, wanneer u wel klachten houdt voor een langere tijd is het goed wanneer de huisarts direct op de hoogte is gebracht. Er kan dan informatie over uw klachten worden ingewonnen vanaf kort na het ongeval hetgeen een vervelende discussie met de aansprakelijke verzekeraar kan voorkomen.

Tip 2
Schakel een belangenbehartiger (Letselschadebureau + indien nodig ook de Arbeidsinspectie) in, voordat verdere contacten met de tegenpartij of diens verzekeraar plaatsvinden. Uw belangenbehartiger kan u van advies voorzien of kan zelf de contacten voor u laten plaatsvinden. Zorgt u er in ieder geval voor dat er een belangenbehartiger tijdens een bezoek van de verzekeraar (of een door de verzekeraar ingeschakelde schaderegelaar) aanwezig is. Nog beter is het om niet zelf op een verzoek van de verzekeraar voor zo’n bezoek in te gaan. Ook is het natuurlijk van belang dat zo spoedig mogelijk een aansprakelijkstelling wordt verzonden om uw belangen veilig te stellen.

Tip 3
Houdt vanaf het begin uw schade bij. Dit voorkomt dat u later zaken over het hoofd ziet of dat noodzakelijk bewijs van gemaakte kosten niet meer voorhanden is.



"DIVERSE BELANGRIJKE SCHADEPOSTEN"

1. Smartengeld

2. Reiskosten/kosten begeleiding
- artsen ziekenhuis, fysiotherapie, bedrijfsartsen e.d.
- extra kosten i.v.m. reizen b.v. auto i.p.v. fiets
- grotere auto i.v.m. rolstoelvervoer.
- eigen bijdrage aangepast vervoer.
- opgenomen vakantiedagen voor bijvoorbeeld de begeleiding en verzorging van kinderen.

3. Extra reiskosten:
- taxikosten of reiskosten gemaakt door vrienden/familie.

4. Verlies verdienvermogen niet alleen het verschil in bruto-salarismaar ook:
- pensioenverlies waaronder ook de gevolgen voor uw nabestaanden
- spaarloonregeling levensloopregeling
- verlies reiskostenvergoeding (het deel dat bijdraagt aan de vaste lasten)
- onkostenvergoeding (voorzover daar geen reële kosten tegenover stonden)
- loon in natura als kleedgeld, lunch, koffie, soep etc.
- representatiekosten
- (automatische) salarisverhoging
- provisie tantième bonus winstdeling 13e maand gratificatie
- ziekenfondspremies en premies wao-gat spaarregelingen- premie ongevallen/invaliditeitsverzekering (vaak via CAO geregeld)
- vakantiegeld vakantiebonnen
- lagere fiscale aftrekposten of aftrek tegen een lager tarief
- gemis aanvullende alleenstaande ouderkorting of arbeidskorting
- gemis lease-auto
- gemiste vergoedingen voor kinderopvang.
- verstrekking bij 125 of 25 jarig dienstverband
- uitgaven voor scholing

5. Verlies van rechten in de sociale zekerheid:
Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat een slachtoffer na een ongeval in de WW belandt. Een eenmaal gebruikt WW-recht dient weer opgebouwd te worden.

6. Annuleringen/afzeggingen/zinloos geworden uitgaven:
- vakanties die al geboekt zijn
- abonnementen op bijv. sportschool dansles
- cursuskosten examengelden nutteloos geworden studieboeken
- zinloos geworden (doorlopende) uitgaven voor bijvoorbeeld een paard, een motorfiets, een boot. terwijl het niet meer mogelijk is daar gebruik van te maken.

7. Ziektekosten:
- eigen risico- verlies van no-claim voor de ziektekostenverzekering- niet verzekerde kosten fysiotherapie, alternatieve geneeswijzen, opvang e.d.
- toekomstige ziektekosten bijvoorbeeld bij tandheelkundige protheses: een brug is niet voor de eeuwigheid bedoeld. Ook orthopedische hulpmiddelen hebben vaak een beperkte levensduur.

8. Aanpassingen van de thuissituatie:
- verplichte verhuizing vanwege immobiliteit o.i.d.
- extra verwarmingskosten vanwege gedwongen thuiszitten.
- aangepast meubilair
- aangepaste woning
- kinderoppas
- oppas vanwege arts/ziekenhuis bezoek

9. Telefoonkosten/porti/kopieerkosten

10. Huishoudelijke hulp:
- door vrienden/familie- door ingehuurde kracht- Ook in het geval van inwonen bij anderen vanwege de verzorging
- verpleeghulp

NB let op bij het waarderen van de eigen bijdrage AWBZ. Soms is het gevolg van een uitkering van de verzekeraar dat men een hogere eigen bijdrage moet gaan betalen.

11. Zelfwerkzaamheid:
Soms verrichten betrokkenen aanzienlijke werkzaamheden aan bijv. een woning om deze woning dan 5 jaar later met winst te verkopen. Ook dit kan een aanzienlijke schadepost zijn.
- schilderwerkzaamheden
- tuinieren
- opknappen/verbouwingen
- auto wassen
- hulp bij verhuizing

12. Verzekeringen:
- de onmogelijkheid verzekeringen en/of hypotheken af te sluiten (tegen normale voorwaarden). Hogere premie of uitsluitingen
- noodzaak verzekering af te sluiten i.v.m. Handicap bijvoorbeeld een verzekering voor het ene oog als het andere verloren is gegaan door een ongeval.

13. Vakanties/Sport en Spel:
- hogere kosten omdat slapen op een luchtbed of varen met een boot niet meer gaat.
- renteverlies bij een aanschaf bijvoorbeeld caravan i.p.v. tent.
- kosten van aangepaste sportbeoefening een sportrolstoel bijvoorbeeld maar ook de hogere reiskosten omdat de training en de wedstrijden niet naast de deur plaatsvinden

14. Schadebeperkende maatregelen:
- Vaak is het mogelijk om schade te beperken maar die maatregelen kunnen soms zeer kostbaar zijn. Denkt u daarbij aan het inschakelen van Arbeidsdeskundige of reïntegratie-instellingen. Wanneer iemand kosten maakt die bedoeld zijn om de schade te beperken komen deze voor vergoeding in aanmerking. Ook wanneer de maatregelen niet succesvol zijn. Voldoende is dat er een redelijke grond bestond om te denken dat die maatregelen succesvol konden zijn. De schadebeperkingsplicht rust overigens ook op de aansprakelijke partij.

15. Zelfstandigen naast het verlies arbeidsvermogen
- verlies fiscale mogelijkheden afschrijvingen FOR zelfstandigen aftrekmogelijkheid auto op de zaak te zetten etc.
- gedwongen verkoop bedrijfbedrijfspand of bedrijfsmiddelen


Letselschade is onder te verdelen in materiële schade en immateriële schade oftewel smartengeld.

Materiële schade
Materiële schadeposten zijn onder te verdelen in kosten van herstel, kosten inzake blijvende invaliditeit, verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving) en verlies van doe-het-zelf capaciteit.

Kosten van herstel
Hieronder vallen zowel geneeskundige kosten, voor zover niet verhaalbaar via het Ziekenfonds of de Ziektekostenverzekeraar, alsmede de hiermee verbandhoudende kosten zoals aanschaf ziekenhuiskleding, reiskosten voor ziekenhuisbezoek, vervolgbezoeken artsen, telefoonkosten etc.

Kosten inzake blijvende invaliditeit
Dit kunnen kosten zijn met betrekking tot het aanbrengen van aanpassingen aan de woning of de auto. Ook kosten voor aanschaf van hulpmiddelen vallen hieronder. Deze kosten zijn verhaalbaar voor zover bijvoorbeeld de gemeente of bedrijfsvereniging geen vergoeding toekent.

Verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving)
Als gevolg van een ongeval kan men (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken waardoor men in inkomen terugvalt. Het verschil tussen enerzijds het oorspronkelijke inkomen en de te verwachten inkomensgroei en anderzijds de ontvangen uitkering (bijv. WAO/Wajong of WW) wordt aangeduid als inkomstenderving en komt voor vergoeding in aanmerking.

Verlies van doe-het-zelf capaciteit
Door een ongeval is het mogelijk dat men het huishoudelijk werk of het onderhoud aan het huis of tuin niet meer zelf kan verrichten. Dit verlies van zelfverdiencapaciteit wordt op een geldbedrag gewaardeerd, zodanig dat deze werkzaamheden tegen betaling aan een ander kunnen worden uitbesteed.

Immateriële schade
Immateriële schade oftwel smartengeld is een vergoeding voor schade wegens geleden en nog te lijden pijn, smart en/of gederfde en nog te derven levensvreugde. Het is dus een vergoeding voor leed; voor gekwetste gevoelens.

Het is moeilijk deze schade op geld te waarderen omdat deze niet exact is uit te rekenen. Voor het bepalen van smartengeld is het nodig dat de aard en de ernst van het letsel wordt vastgesteld. Vervolgens kan het bedrag voor smartengeld worden berekend aan de hand van vergelijkbare rechterlijke uitspraken.

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom

CRPS, of posttraumatische dystrofie is een uitermate pijnlijke- en vaak invaliderende aandoening die doorgaans ontstaat na een botbreuk, een operatie of een ander lichamelijk trauma. Zowel over het ontstaan als de beste behandeling ervan tasten artsen en onderzoekers nog vrijwel in het duister. In Nederland hebben een aantal wetenschappelijke instellingen de handen in elkaar geslagen om deze aandoening te onderzoeken. Trend heet dit onderzoek, wat staat voor Trauma RElated Neuronal Dysfunction. Het is ten eerste de bedoeling om uniforme criteria en objectieve meetmethoden op te stellen voor de diagnose van de aandoening. Om uiteindelijk tot effectieve therapieën bij CRPS te komen, is het nodig meer te weten over de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van de aandoening. Mogelijk gaat het om een verzameling van nauw verwante aandoeningen, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis. Voorlopig gaan de onderzoekers ervan uit dat twee mechanismen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van CRPS. Ten eerste neuronale inflammatie, dat wil zeggen een ontstekingsproces in de zenuwen. En ten tweede centrale sensitisatie, het fenomeen dat aanhoudende, acute pijn in een orgaan of weefsel via een aantal biochemische processen, zoals de aanmaak van extra receptoren in het zenuwweefsel, na verloop van tijd leidt tot chronische pijn, waarbij de oorspronkelijke pijnprikkel niet langer de uitlokkende factor is. Ten slotte willen de onderzoekers de verschillende behandelingsmethoden op hun waarde testen. Therapieën, zoals vaatverwijders, corticosteroïden of vrije radicalenvangers of het aanbrengen van een zenuwblokkade, werken niet bij iedereen. Sommige patiënten genezen spontaan, andere na een behandeling en naar schatting twintig procent van de patiënten met CRPS geneest niet en raakt blijvend invalide door de aandoening.

De algo(neuro)dystrofie of syndroom van Sudeck is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen. Ze tast meestal de voeten, de handen of de schouders aan; ook andere gewrichten kunnen getroffen worden. De oorzaak is nog onbekend. Tien procent van de vastgestelde algodystrofieën evolueren naar een chronische vorm. Een vroegtijdige diagnose en medische verzorging bieden evenwel een grotere kans op snelle genezing. Algodystrofie komt voor op alle leeftijden, zowel bij mannen als vrouwen. Bij kinderen is de ziekte meestal minder ernstig en geneest ze sneller dan bij volwassenen. De ziekte heeft heel veel verschillende namen,in de literatuur zijn er zo'n 50 bekend.Vooral ook post-traumatische Dystrofie wordt veel gebruikt,evenals Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

Oorzaken:
• De oorzaak van de aandoening blijft onbekend, maar in meer dan 80% van de gevallen kan er wel een oorzaak aangewezen worden.

De meest voorkomende factor (bij 50 tot 70% van alle algodystrofieën) is een traumatisme, een verwonding:
- verbrijzeling van een ledemaat,
- breuk, luxatie, verstuiking,
- verbranding,
- door een wapen veroorzaakte wonde,
- eenvoudige kneuzing.

• Andere factoren zijn:
- orthopedische heelkunde (zelfs minder belangrijke), artroscopie
- hart- of vaatchirurgie (zeldzamer)
- immobilisatie d.m.v. gips
- pijnlijke kinesitherapie
- geneesmiddelen (barbituraten, isoniazide)
- puncties en infiltraties zelfs wanneer deze correct werden uitgevoerd,
- reumatische, cardiovasculaire, ademhalingsaandoeningen of neurologische aandoeningen
- zwangerschap

• Andere individuele factoren lijken het optreden van een algodystrofie te bevorderen:
- hypertriglyceridemie,
- hyperthyroïdie
- psychologische factoren: bij een patiënt op drie stelt men overdreven reacties vast op stress (angst, paniek) alsmede een neiging tot depressie of een narcistische persoonlijkheid. Algodystrofieën zijn daarentegen zeldzaam bij vastbesloten of ambitieuze personen.

Symptomen:
Men moet aan algoneurodystrofie denken bij elke blijvende pijn, vooral wanneer die optreedt tijdens de verbetering van een van de mogelijke oorzakelijke factoren. In de evolutie van de algodystrofie onderscheidt men klassiek drie stadia:

Stadium I of de warme fase:
Wordt gekenmerkt door ernstige en brandende pijn met variabele intensiteit die door beweging en oefening erger wordt. Die verergering van de pijn bij oefening lijkt het meest vroegtijdige symptoom van algodystrofie te zijn. Functionele invaliditeit evoluerend naar toenemende stijfheid komt frequent voor. De fase wordt als warm gekwalificeerd wegens de plaatselijke ontsteking. Roodheid, warmte en plaatselijke zwelling zijn klassiek hoewel niet constant. Een gelokaliseerd bovenmatig zweten of een glimmende huid zijn ook mogelijk. De gemiddelde duur van fase I bedraagt 3 maanden. In de minder ernstige gevallen duurt die fase enkele weken, verzacht dan spontaan of reageert vlug op de behandeling. Ze kan soms ook langer duren.

Stadium II of de koude fase:
De pijn verergert nog en wordt vager. De huid verschrompelt en wordt bleek, een gevoel van koude. Het oedeem verspreidt zich en wordt steeds erger. Soms uitvallen van de lichaamsbeharing, de nagels worden bros, barsten of krijgen een gestreept uiterlijk. Er vestigt zich een osteoporose, eerst pleksgewijs, vervolgens meer gemarkeerd en diffuus. Het gewricht zwelt op. De spieren verschrompelen.

Fase II kan 3 tot 6 maanden duren.

Stadium III of de stabiliseringsfase:
De pijn verdwijnt geheel of gedeeltelijk. De symptomen worden uiteindelijk onomkeerbaar. Voor een groot aantal patiënten wordt de pijn resistent tegenover elke behandeling en kan die het ledemaat in zijn totaliteit betreffen. Sterke verzwakking van de spieren. De gewrichten van de voet of de hand worden extreem zwak; ze hebben een beperkte beweeglijkheid. Een beperkt percentage patiënten ontwikkelt een veralgemeende over het hele lichaam.

Behandeling:
Er bestaat geen consensus over de behandeling van algodystrofie. Bepaalde auteurs stellen dat genezing zelfs zonder therapie mogelijk is, anderen beweren dan weer het tegendeel. Een ding is zeker: zodra de diagnose gesteld is, moet men met de behandeling beginnen om de duur van de aandoening te beperken. De overgang van een behandeling naar een krachtiger behandeling is maar gerechtvaardigd in geval van mislukking of bij zware intolerantie ten opzichte van de aanvankelijke behandeling.

• Indien de diagnose in de warme fase wordt gesteld, moet een behandeling met zalmcalcitonine of salcatonine aangevat worden. Die is 50 maal krachtiger dan de menselijke calcitonine, maar moet wel met een injectie of via een neusspray toegediend worden. Enkel de injecteerbare bereidingen worden voor het ogenblik terugbetaald. De neusspray is voorbehouden aan patiënten die lijden aan de ziekte van Paget of vertebrale verzakkingen bij osteoporose. Braakneigingen, misselijkheid en flushes (roodheid in het gezicht) zijn frequente ongewenste effecten bij het begin van een behandeling met injecties. Een onderhuidse injectie 's avonds (vanaf 17 uur) wordt over het algemeen beter verdragen dan op een ander ogenblik van de dag. De toediening van een antibraak middel beperkt de misselijkheid aanzienlijk. Het gebruik van een antihistaminicum werkt het flusheffect van de calcitonine tegen.

• Betablokkers geven eveneens goede resultaten, vooral op de pijn in het eerste stadium. De dosissen moeten individueel aangepast worden.

• De kinesitherapie die altijd pijnloos moet blijven, bestaat in een actieve eventueel geassisteerde mobilisering, balneotherapie en wisselbaden. De katroltherapie, de houdingen en de passieve mobilisering moet men vermijden. De kinesitherapie mag nooit in een hyperalgetische fase (toegenomen gevoeligheid en verlaagde pijndrempel zoals bij oppervlakkige verbranding van de huid) voorgesteld worden.

• Paracetamol en niet-steroïdale ontstekingsremmers zijn niet efficiënt. Infiltraties met corticoïdenbezinksels zijn daarentegen wel efficiënt.

• Indien de behandeling niet aanslaat, kan een speciale behandeling worden gevolgd in een pijnkliniek. Die geeft goede resultaten maar is zeer pijnlijk en is af te raden bij hartpatiënten.

• Een andere behandeling die goede resultaten lijkt te geven bij hardnekkige gevallen, ook in het tweede stadium van de ziekte, bestaat in de toediening van bifosfonaten van de tweede generatie. De effecten op lange termijn zijn nog niet bekend. Ook deze behandeling is gereserveerd voor specialisten.


Diverse informatie

Hulpmiddelen
Goede hulpmiddelen zijn voor mensen met een beperking van groot belang. Medische hulpmiddellen bevorderen de zelfredzaamheid en het (langer) zelfstandig functioneren. De kwaliteit van een hulpmiddel heeft invloed op het dagelijks leven van de gebruiker.

Toegankelijkheid
De samenleving is nog onvoldoende toegankelijk. Een grote groep mensen kan daardoor niet meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Uit eten, geld pinnen, internetten, theaterbezoek etc. Deze belemmeringen worden nog teveel onderschat.

Vervoer
Mensen met een handicap of chronische ziekte ondervinden beperkingen in hun mobiliteit. Als je beperkt bent in de mogelijkheden om je te verplaatsen, kun je niet volwaardig deelnemen aan de samenleving. Beperkingen in mobiliteit zijn daarom onacceptabel.

Patiënt en Zorg
Veel mensen met handicap of chronische ziekte zijn afhankelijk van zorg. Deze zorg geeft vorm aan hun dagelijks leven. Daarom moet de "zorgvrager" zelf de hoofdrol spelen bij het bepalen van de inhoud en vorm van deze zorg. Hou regie in eigen hand.

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?

AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART

AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART
Binnen de Europese Unie is een uniforme kaart ingevoerd die in alle lidstaten van de EU geldig is. Er zijn drie verschillende kaarten: de bestuurderskaart voor degene die zelf autorijdt, de passagierskaart voor degene die vervoerd moet worden en een kaart voor AWBZ-instellingen.

Criteria voor aanvraag
Met de invoering van de GPK worden ook de criteria, waaraan moet worden voldaan om voor een parkeerkaart in aanmerking te komen, herzien. Voor zowel bestuurders als passagiers geldt dat men ten gevolge van een handicap een loopbeperking moet hebben van langdurige aard (tenminste 6 maanden). De aanvrager is niet in staat zelfstandig meer dan 100 meter te overbruggen.

Medische keuring
In alle gevallen (bij een eerste aanvraag of verlenging van de kaart) moet een medisch advies duidelijk maken of er recht op een parkeerkaart bestaat. Deze medische keuring gebeurt door A-Rea. Afhankelijk van de situatie kan A-Rea u oproepen voor een onderzoek. Ook is het mogelijk dat de A-Rea arts volstaat met een dossieronderzoek en informatie van de behandelend arts. U hoeft dan niet zelf langs te komen. De uitkomst van het onderzoek wordt vastgelegd in een beschikking. Het kan 1 tot 2 maanden duren voor u de beschikking thuis krijgt. Als u permanent rolstoelgebonden bent en u zich uitsluitend kunt verplaatsen in een elektrische rolstoel, dan is er geen keuring nodig. In dit geval kunt u de beschikking binnen enkele dagen verwachten.

Strikt persoonlijk
De houder van de gehandicaptenparkeerkaart mag de kaart niet door anderen laten gebruiken als het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de invalide zelf. Bij een passagierskaart is de bestuurder van het motorvoertuig verantwoordelijk voor juist gebruik en niet de passagier.

Medische keuring bij verlenging parkeerkaart niet meer verplicht

Het is voor mensen met een blijvende beperking niet meer nodig elke vijf jaar een medische herkeuring te ondergaan om hun gehandicaptenparkeerkaart te laten verlengen. Een groot deel van de gehandicaptenparkeerkaarten wordt automatisch verlengd. Dit is een gevolg van een wijziging van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (GPK) die op 3 april 2008 is ingegaan.

Parkeerbeleid gehandicaptenparkeerkaart
Iedere gemeente in Nederland is vrij om een eigen beleid te voeren in zake vrij parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart. Raadpleeg voordat u een uitstapje gaat maken het landelijk overzicht van het gemeentelijk parkeerbeleid. Let op: parkeert u in een parkeergarage of op een afgesloten parkeerterrein dan moet u altijd betalen, ook al parkeert u daar op een invalidenparkeerplaats. In het algemeen geldt dat houders van een gehandicaptenparkeerkaart mogen parkeren op iedere openbare parkeerplaats. De kaart geeft echter geen vrijstelling van het betalen van parkeergelden in welke vorm dan ook,evenmin kan met de kaart worden geparkeerd op plaatsen die door gemeenten gereserveerd zijn voor parkeervergunninghouders (wel maken veel gemeentes hier een uitzondering op)

op algemene invalidenparkeerplaatsen
- voor onbeperkte tijd in een parkeerschijfzone (ook buiten de vakken) waar voor anderen een beperkte tijd is aangegeven (parkeerschijf is niet verplicht)


Met gebruik van een parkeerschijf en voor maximaal 3 uren mag geparkeerd worden:
- buiten de vakken in een woonerf
- op plaatsen waar een parkeerverbod geldt
- langs een gele onderbroken streep (een gele doorgetrokken streep geeft een stopverbod aan. Hier mag nooit worden geparkeerd)

Tips in de omgang "mensen met een handicap":

• Behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden!
• Bedenk dat de grens tussen "gezond" en gehandicapt uiterst klein is. Zelf kan je ook opeens morgen in zo'n stoel zitten.
• Zie de ander als een volwaardig persoon. Dat iemand in een rolstoel zit wil nog niet zeggen dat hij/zij direct gek of seniel is.
• Betuttel niet. De meeste gehandicapten zijn erg zelfstandig en vragen het wel als ze hulp van je nodig hebben.
• Geef een volwassen gehandicapte niet zomaar een euro om een ijsje te gaan kopen. Praat niet tegen hem/haar alsof je een tweejarige peuter voor je hebt.
• Negeer een gehandicapte niet uit angst maar maak eerder je moeiten bespreekbaar.
• Verzwelg niet in het medelijden voor de ander, de meeste gehandicapten vinden het vreselijk om zielig gevonden te worden.
• Verplaats iemand in een rolstoel niet zomaar ongevraagd even, dit geeft een erg kleinerend gevoel.
• Ga niet zomaar op iemands rolstoel hangen omdat je dat wel makkelijk vind.
• De rolstoel is het verlengde van ons lijf en het is onplezierig als een ander daar zomaar over beschikt.
• WEES JEZELF!

donderdag 28 juli 2011

Algoneurodystrofie of syndroom van Sudeck (ook post-traumatische Dystrofie of reflex sympathische dystrofie)


Inleiding
De algo(neuro)dystrofie of syndroom van Sudeck is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen. Ze tast meestal de voeten, de handen of de schouders aan; ook andere gewrichten kunnen getroffen worden. De oorzaak is nog onbekend. Tien procent van de vastgestelde algodystrofieën evolueren naar een chronische vorm. Een vroegtijdige diagnose en medische verzorging bieden evenwel een grotere kans op snelle genezing.

Algodystrofie komt voor op alle leeftijden, zowel bij mannen als vrouwen. Bij kinderen is de ziekte meestal minder ernstig en geneest ze sneller dan bij volwassenen. De ziekte heeft heel veel verschillende namen,in de literatuur zijn er zo'n 50 bekend.Vooral ook post-traumatische Dystrofie wordt veel gebruikt,evenals Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

Oorzaken
• De oorzaak van de aandoening blijft onbekend, maar in meer dan 80% van de gevallen kan er wel een oorzaak aangewezen worden.
De meest voorkomende factor (bij 50 tot 70% van alle algodystrofieën) is een traumatisme, een verwonding:
- verbrijzeling van een ledemaat,
- breuk, luxatie, verstuiking,
- verbranding,
- door een wapen veroorzaakte wonde,
- eenvoudige kneuzing.

• Andere factoren zijn:
- orthopedische heelkunde (zelfs minder belangrijke), artroscopie
- hart- of vaatchirurgie (zeldzamer)
- immobilisatie d.m.v. gips
- pijnlijke kinesitherapie
- geneesmiddelen (barbituraten, isoniazide)
- puncties en infiltraties zelfs wanneer deze correct werden uitgevoerd,
- reumatische, cardiovasculaire, ademhalingsaandoeningen of neurologische aandoeningen
- zwangerschap

• Andere individuele factoren lijken het optreden van een algodystrofie te bevorderen:
- hypertriglyceridemie,
- hyperthyroïdie
- psychologische factoren: bij een patiënt op drie stelt men overdreven reacties vast op stress (angst, paniek) alsmede een neiging tot depressie of een narcistische persoonlijkheid. Algodystrofieën zijn daarentegen zeldzaam bij vastbesloten of ambitieuze personen.

Symptomen
Men moet aan algoneurodystrofie denken bij elke blijvende pijn, vooral wanneer die optreedt tijdens de verbetering van een van de mogelijke oorzakelijke factoren.
In de evolutie van de algodystrofie onderscheidt men klassiek drie stadia:

Stadium I of de warme fase
Wordt gekenmerkt door ernstige en brandende pijn met variabele intensiteit die door beweging en oefening erger wordt. Die verergering van de pijn bij oefening lijkt het meest vroegtijdige symptoom van algodystrofie te zijn. Functionele invaliditeit evoluerend naar toenemende stijfheid komt frequent voor. De fase wordt als warm gekwalificeerd wegens de plaatselijke ontsteking. Roodheid, warmte en plaatselijke zwelling zijn klassiek hoewel niet constant. Een gelokaliseerd bovenmatig zweten of een glimmende huid zijn ook mogelijk. De gemiddelde duur van fase I bedraagt 3 maanden. In de minder ernstige gevallen duurt die fase enkele weken, verzacht dan spontaan of reageert vlug op de behandeling. Ze kan soms ook langer duren.

Stadium II of de koude fase:
De pijn verergert nog en wordt vager. De huid verschrompelt en wordt bleek, een gevoel van koude. Het oedeem verspreidt zich en wordt steeds erger.
Soms uitvallen van de lichaamsbeharing, de nagels worden bros, barsten of krijgen een gestreept uiterlijk. Er vestigt zich een osteoporose, eerst pleksgewijs, vervolgens meer gemarkeerd en diffuus. Het gewricht zwelt op. De spieren verschrompelen. Fase II kan 3 tot 6 maanden duren.

Stadium III of de stabiliseringsfase
De pijn verdwijnt geheel of gedeeltelijk. De symptomen worden uiteindelijk onomkeerbaar. Voor een groot aantal patiënten wordt de pijn resistent tegenover elke behandeling en kan die het ledemaat in zijn totaliteit betreffen. Sterke verzwakking van de spieren. De gewrichten van de voet of de hand worden extreem zwak; ze hebben een beperkte beweeglijkheid. Een beperkt percentage patiënten ontwikkelt een veralgemeende over het hele lichaam.

Behandeling
Er bestaat geen consensus over de behandeling van algodystrofie. Bepaalde auteurs stellen dat genezing zelfs zonder therapie mogelijk is, anderen beweren dan weer het tegendeel. Een ding is zeker : zodra de diagnose gesteld is, moet men met de behandeling beginnen om de duur van de aandoening te beperken. De overgang van een behandeling naar een krachtiger behandeling is maar gerechtvaardigd in geval van mislukking of bij zware intolerantie ten opzichte van de aanvankelijke behandeling.

• Indien de diagnose in de warme fase wordt gesteld, moet een behandeling met zalmcalcitonine of salcatonine aangevat worden. Die is 50 maal krachtiger dan de menselijke calcitonine, maar moet wel met een injectie of via een neusspray toegediend worden. Enkel de injecteerbare bereidingen worden voor het ogenblik terugbetaald. De neusspray is voorbehouden aan patiënten die lijden aan de ziekte van Paget of vertebrale verzakkingen bij osteoporose. Braakneigingen, misselijkheid en flushes (roodheid in het gezicht) zijn frequente ongewenste effecten bij het begin van een behandeling met injecties. Een onderhuidse injectie 's avonds (vanaf 17 uur) wordt over het algemeen beter verdragen dan op een ander ogenblik van de dag. De toediening van een antibraak middel beperkt de misselijkheid aanzienlijk. Het gebruik van een antihistaminicum werkt het flusheffect van de calcitonine tegen.

• Betablokkers geven eveneens goede resultaten, vooral op de pijn in het eerste stadium. De dosissen moeten individueel aangepast worden.

• De kinesitherapie die altijd pijnloos moet blijven, bestaat in een actieve eventueel geassisteerde mobilisering, balneotherapie en wisselbaden. De katroltherapie, de houdingen en de passieve mobilisering moet men vermijden. De kinesitherapie mag nooit in een hyperalgetische fase (toegenomen gevoeligheid en verlaagde pijndrempel zoals bij oppervlakkige verbranding van de huid) voorgesteld worden.

• Paracetamol en niet-steroïdale ontstekingsremmers zijn niet efficiënt. Infiltraties met corticoïdenbezinksels zijn daarentegen wel efficiënt.

• Indien de behandeling niet aanslaat, kan een speciale behandeling worden gevolgd in een pijnkliniek. Die geeft goede resultaten maar is zeer pijnlijk en is af te raden bij hartpatiënten.

• Een andere behandeling die goede resultaten lijkt te geven bij hardnekkige gevallen, ook in het tweede stadium van de ziekte, bestaat in de toediening van bifosfonaten van de tweede generatie. De effecten op lange termijn zijn nog niet bekend. Ook deze behandeling is gereserveerd voor specialisten.

Wonderbaarlijke genezingen?


In MC nr. 11 dd 12 maart jl. schrijven J.W. Ek en J.C. van Gijn over wonderbaarlijke genezingen bij patiënten met posttraumatische dystrofie.
Gaandeweg het artikel spreken zij over 39 patiënten die door hen ‘onderzocht’ zijn nadat een of meerdere behandelingen in Macedonië hadden plaatsgevonden.

Bij nadere bestudering blijkt echter dat dit relaas bestaat uit een drietal delen:
1. retrospectieve studie van 12 patiënten
2. eigen observatie ter plekke bij de behandeling van 6 patiënten
3. toegestuurde enquête bij 18 patiënten

De auteurs trekken conclusies op basis van een bonte verzameling gegevens en stellen daarom terecht dat de bevindingen niets zeggen over de oorzaak van het complex regionaal pijn syndroom (CRPS), zoals deze aandoening volgens internationale maatstaven al weer een aantal jaren genoemd wordt. Criteria waaraan een patiënt moet voldoen om het predikaat CRPS te krijgen, zijn vastgelegd door de IASP. Verschillende stadia in de aandoening (koude of warme ‘dystrofie’; acute, intermediaire of chronische fase) en subpopulaties patiënten zijn uitvoerig beschreven.

Het opheffen van een locale blokkade, datgene wat mevrouw Sjinka ons inziens doet, kan inderdaad bij een subgroep van de CRPS patiënten van cruciaal belang zijn en het begin van een periode van herstel zijn. De auteurs laten vervolgens volstrekt onderbelicht dat dit traject goed begeleid moet worden, immers, voornoemde patiënten hadden allen het stadium van ogenschijnlijk onomkeerbare chroniciteit ruimschoots bereikt!

De auteurs claimen dat de methode ‘Sjinka’ wel iets zegt over het voortbestaan van de aandoening. Wij denken dat dit met de aan de lezer gepresenteerde gegevens volstrekt onmogelijk is:

Ad 1. Een half jaar nadat patiënten in Macedonië waren behandeld, werd gevraagd een pijnscore tussen 0 en 10 te geven voor de situatie toen (dus voor de behandeling plaatsvond) en nu. Methodologisch is dit onacceptabel. Voorts baseren de auteurs het herstel op een reductie in het aantal hulpmiddelen.

Ad 2. Van de patiënten die begeleid werden op hun reis naar Macedonië ontbreken objectieve en subjectieve meetgegevens vóór, tijdens en na de behandeling(en). Mede door de video-opnames krijgen we een kijkje in de ‘keuken‘ van mevr. Sjinka en wordt duidelijk dat er bewogen en gemanipuleerd wordt door de pijngrens heen. De auteurs vermelden normalisatie van gevoel, kleur en temperatuur, minder pijn, toegenomen functie en minder medicatie en hulpmiddelen.

Ad 3. De resultaten die uit de toegestuurde vragenlijsten van 18 patiënten worden geboekt, volgen retrospectief eveneens de VAS pijn, gebruik van (hulp)middelen en een beschrijving van de functie van de aangedane extremiteit.

De auteurs zijn ons inziens niet verder gekomen dan het onder de aandacht brengen van de methode Sjinka bij CRPS patiënten met een slechte prognose waarvoor momenteel geen adequate behandeling te bieden is. Hoewel zij 39 patiënten beschrijven en getallen van waarnemingen presenteren, is hiermee geen enkel wetenschappelijk bewijs geleverd voor de wonderbaarlijke genezing.

Om veronderstelde effecten objectief vast te kunnen stellen, is onderzoek nodig waarbij patiënten vooraf, tijdens en na de manipulatieve behandeling(en) met een tevoren vastgestelde set van gevalideerde meetinstrumenten gevolgd worden. Te denken valt dan aan het registreren van motorische activiteit, videothermografie, intra- en extracellulaire vochthuishouding en de mate van doorbloeding met geavanceerde meettechnieken. Voorts is het van belang op een gestandaardiseerde manier het uitvragen van pijn, pijnintensiteit en pijnbeleving, kwaliteit van leven en psychisch functioneren te laten plaatsvinden.

Een dergelijke studieopzet past niet in een ‘achterkamer’ en behoort ons inziens in een academische setting thuis. Nadat peer reviewed toetsing en publicatie van de aldus verkregen resultaten in een (internationaal) wetenschappelijk tijdschrift heeft plaatsgevonden, kunnen pas patiënten en behandelaars in de eerste lijn gezondheidszorg daarvan in kennis worden gesteld. Publicaties zoals ‘Een wonderbaarlijke genezing’ richten zich te veel op (spectaculaire) korte termijn effecten, terwijl een zorgvuldige patiënt begeleiding achterwege blijft.

Ineke van den Berg, acupuncturist
Dr. Freek J. Zijlstra, coördinator klinisch onderzoek
Pijn Behandelcentrum / Anesthesiologie, ERASMUS MC Rotterdam

Cognitieve therapie bij CRPS?


Cognitieve therapie is een vorm van psychotherapie die is gebaseerd op het idee dat psychische klachten voortvloeien uit de gedachten die mensen hebben ten opzichte van hun problemen. Gedachten, veronderstellingen en overtuigingen hebben volgens deze theorie grote invloed op ons gevoel en gedrag. Wanneer dergelijke gedachtepatronen negatief zijn, kunnen problemen daardoor in stand gehouden worden. In cognitieve therapie onderzoeken therapeut en cliënt samen of die negatieve denkwijze wel functioneel en reëel is. Door het veranderen van de gedachtepatronen ten opzichte van problemen, worden zo psychische klachten verholpen.

Wanneer iemand in cognitieve therapie gaat, zal allereerst het probleem nauwgezet in kaart gebracht worden. Daarna wordt er in samenspraak met de psychotherapeut een haalbaar doel geformuleerd. Dan begint de therapie, die uit zeer gestructureerde sessies bestaat. Er wordt gesproken over de gedachten en standpunten van de cliënt. Van de zogenaamde automatische gedachten die onnodig negatief of disfunctioneel blijken te zijn, wordt samen met de therapeut een lijstje gemaakt. Er wordt dan gekeken in hoeverre deze negatieve gedachten realistisch zijn. De gedachten worden bespreekbaar gemaakt en kunnen op den duur worden omgevormd naar een adequatere manier van denken, die wel realistisch is. Ook leert de cliënt tijdens cognitieve therapie onder andere gevoelens van feiten te onderscheiden, en kunnen er ontspanningsoefeningen geleerd worden. De nieuw verworven technieken worden in steeds meer situaties toegepast. Uiteindelijk kan de cliënt leren eigen therapeut te worden, om zo terugvallen te voorkomen.

Kanttekeningen bij cognitieve therapie
Cognitieve therapie is een vorm van psychotherapie die sterk op het heden gericht is. Symptoombestrijding is het voornaamste doel. Dat heeft als gevolg dat de oorzaken van psychische problemen niet worden uitgediept. Eventueel analyseren van bijvoorbeeld trauma's of omgevingsfactoren staat dus niet op de voorgrond, en ook persoonlijke ontwikkeling staat niet centraal.

Uit onderzoek is gebleken dat cognitieve therapie en gedragstherapie vaak vergelijkbare resultaten boeken in de behandeling van psychische klachten. Vaak wordt dan ook een combinatie tussen cognitieve therapie en gedragstherapie toegepast: cognitieve gedragstherapie.

Bij welke klachten?
Cognitieve therapie wordt ingezet tegen klachten als depressies, dwangstoornissen, angst, verslaving, fobie, eetproblemen en posttraumatische stress. Ook kan cognitieve therapie worden ingezet als relatietherapie.

Duur van cognitieve therapie
Cognitieve therapie is een van de kortere vormen van psychotherapie. Tijdens de eerste sessie wordt er vastgesteld hoeveel sessies er waarschijnlijk nodig zullen zijn om het vooraf gestelde doel te bereiken. Over het algemeen duurt cognitieve therapie zo'n tien tot twintig wekelijkse sessies van gemiddeld vijftig minuten. De therapie kan echter ook langer duren, bijvoorbeeld als de verkeerde denkpatronen diep geworteld zitten.

Cognitieve therapie links
VGCt - De website van de Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve therapie biedt informatie over cognitieve therapie aan zowel cliënten als cognitief therapeuten.

neurostimulator


Graag informatie krijgen of met anderen praten over het gebruik van de neurostimulator?

Er zijn PD-patiënten die voor pijnbestrijding een inwendige of uitwendige neurostimulator hebben gekregen. Vooral het gebruik van een inwendige neurostimulator kan nogal eens vragen geven.

Naast de contacten die u in onze vereniging kunt hebben met andere gebruikers, biedt ook de Patiënten Vereniging Voor Neurostimulatie u de mogelijkheid om informatie te krijgen of in contact te komen met lotgenoten. De vereniging houdt ook bijeenkomsten of is met een informatiestand aanwezig in ziekenhuizen of op beurzen.

Voor meer informatie en data bijeenkomsten verwijzen we graag naar http://www.PVVN.nl

Themadag Chronische pijn en pijnbestrijding: Ja en Nee


Derde themadag georganiseerd door het Ontwikkelcentrum Pijnrevalidatie in samenwerking met een vijftal patiëntenorganisaties, waaronder de afdeling Groningen/Friesland van onze vereniging. Diverse sprekers brachten pijn en pijnbehandeling in beeld.
Door dr. van Wijhe, anesthesioloog, werd duidelijk de verschillen aangegeven tussen acute en chronische pijn. Er zit verschil in en beide vragen een eigen benadering van arts en patiënt. Chronische pijn bestaat in vele soorten en maten en gaat niet vanzelf over. Bij patiënten met chronische pijn zijn ook veranderingen waargenomen in de hersenen.
De behandeling kan bestaan uit pijnbestrijding waarbij het aanvaardbaar maken van pijn vaak het best haalbare resultaat is. Soms is begeleiding bij het leren leven met pijn het advies. Er werd benadrukt dat de patiënt serieus genomen moet worden met zijn pijn ; "Als de patiënt zegt dat hij pijn heeft, dan is dat zo".
Door mw Gol, psychiater, werd gesproken over de werking van antidepressiva op chronische pijn. Pijn wijst op schade in het lichaam. Bekend is dat de gevoeligheid voor pijn toeneemt naarmate je langer pijn hebt. Dat proces wordt ook wel sensitisatie genoemd. Onbegrepen pijn komt veel voor. Bij jongeren nog veel vaker dan bij ouderen. Ze legde uit hoe antidepressiva in ons lichaam hun werk doen via neurotransmitters. Neurotransmitters zijn dragers van informatie van zenuwbanen en geven informatie van de ene zenuw door aan de andere. Ze bevinden zich in de uiteinden en aan het begin van zenuwbanen. Ze worden geactiveerd door elektrische signalen. Neurotransmitters hebben een remmende of activerende rol bij pijn en depressie.
Hebben antidepressiva een dempende werking op chronische pijn? SSRI's (moderne antidepressiva) bevorderen de hoeveelheid serotinine. Over het algemeen laat onderzoek zien dat antidepressiva geen werking hebben op chronische pijn. In speciale gevallen is wel wat effect gevonden. Antidepressiva kunnen wel het omgaan met pijn verbeteren doordat de stemming er positief door wordt beïnvloed. Een depressieve stemming en chronische pijn komen vaak in combinatie voor.

Prof. Brouwer, klinisch farmacoloog, sprak over de definitie van een placebo: een placebo is een als geneesmiddel voorgeschreven middel zonder de werkzame bestanddelen ervan. In 1995 vond het eerste onderzoek naar placebowerking plaats. Het 'nep' geneesmiddel bleek wel degelijk een toegevoegde waarde te hebben. Zo'n 35% van het succes blijkt gerelateerd te zijn aan de verwachte uitkomst van de patiënt.
Er zijn verschillende verklaringen voor de werking van placebo's:
* de meeste klachten verdwijnen vanzelf
* een placebo geeft ook bijwerkingen
* positieve verwachtingen van de patiënt
Daarnaast speelt de huisarts een belangrijke rol. Als die positieve verwachtingen uitspreekt over een medicijn dan versterkt dat de werking. Soms heeft een placebo geen effect. Dat kan komen doordat de patiënt niet gelooft in het medicijn, omdat de behandelaar weinig sympathie voor het middel heeft of dat de vorm van het nepmiddel sterk afwijkt van de vorm van de werkzame pil. Het uiterlijk speelt in ieder geval een belangrijke rol als het gaat om het effect van medicijnen. Zowel kleur als prijs zijn belangrijk. Een dure werkt beter dan een goedkope, een bittere beter dan een zoete en meer pillen hebben meer effect dan 1 pil.

Door mw. Schiphorst Preuper, revalidatiearts, werd gesproken over pijnbestrijding vanuit revalidatieperspectief en bevindingen uit eigen onderzoek. In haar centrum wordt gewerkt met een multidisicplinair team vanuit het bio-psycho-sociaal model. Multidisciplinaire begeleiding bestaat uit fysiotherapie, ergotherapie en psychologische begeleiding onder leiding van de revalidatiearts.
In de revalidatie is het belangrijk de totale mens te benaderen. Dus niet alleen de lichamelijke klachten maar ook de psychische staat en sociale omgeving. Hiermee zijn meteen drie factoren genoemd die van invloed zijn op het voortbestaan van chronische pijn. Er is een verschil tussen acute en chronische pijn. Chronische pijn is pijn die langer aanhoudt en vaak leidt tot werkverzuim en beperkingen in de persoonlijke sfeer.
Belangrijk voor het behandelplan is om patiënten in subgroepen in te delen. Twee belangrijke subgroepen zijn: patiënten die pijn proberen te vermijden, en patiënten die zich telkens overbelasten. Onderzoek toont aan dat er een relatie is tussen chronische pijn en psychosociale factoren, maar dat deze factoren minder sterk blijken te zijn dan wel wordt verondersteld( patiënten in pijnrevalidatieprogramma). Chronische pijn kent nog veel vraagtekens als het gaat om de juiste behandeling/begeleiding en de plaats van pijnbestrijding daarin.

Vervolgens spraken twee patiënten over hun ervaringen en hun leven met chronische pijn. Ondanks pijn en beperkingen blijven beiden actief en betrokken op anderen en doen vrijwilligerswerk bij hun vereniging. Van belang blijft om te investeren in contacten met anderen en niet je gevoel voor humor te verliezen.
Vanuit de huisartsenpraktijk gaf dhr. Talsma voorbeelden. In zijn praktijk zijn veel mensen met chronische pijn. Die patiënten hebben vragen over oorzaken van hun pijn, hoe om te gaan met die pijn, mogelijke behandelingen en vragen over doorverwijzing. Uit zijn praktijkverhalen blijkt dat mensen heel verschillend omgaan met hun pijn en pijnmedicatie: fout gebruik van de medicatie, medicatie eigenlijk niet meer nodig na uitgebreide uitleg en een ander kiest er voor om de medicatie te laten staan.
Hij gaf de volgende conclusies: chronische pijn is een probleem met veel kanten, het probleem is altijd individueel en moet ook zo benaderd en behandeld worden, pijnbestrijding kan onder strikte voorwaarden (het middel moet niet erger zijn dan de kwaal) en pijnmedicatie moet altijd onderdeel zijn van een bredere aanpak.

Fysio Witt


Manuele lymfedrainage volgens methode Vodder is o.a. toepasbaar bij CRPS/Posttraumatische Dystrofie.
Wanneer u vragen heeft over manuele lymfedrainage bij CRPS, neemt u dan vrijblijvend contact met ons op.

Fysio Witt

Raymon Witt
Dorpsstraat 283 1531 HH Wormer (Noord-Holland)
Tel: 075 - 64 23 955
Fax: 075 - 64 20 150
info@fysiowitt.nl
www.fysiowitt.nl

Momenteel ben ikzelf bij deze deskundige praktijk onder behandeling voor manuele lymfedrainage.

PEPT versus CBO-therapie bij patiënten met CRPS-I/PD


Vanaf 1 januari 2009 gaan we onder supervisie van de afdeling heelkunde van het UMC St. Radboud (Nijmegen) gedurende twee jaar onderzoek doen naar de behandeling van CRPS-I/PD.

Om dit onderzoek tot een goed einde te brengen zijn minimaal 75 patiënten nodig met de diagnose acute CRPS-I (complex regionaal pijnsyndroom of posttraumatische dystrofie met minimaal 3 maanden en maximaal 2 jaar klachten).
Na randomisatie zullen patiënten verdeeld worden in een van de twee behandelgroepen. Patiënten in de ene groep zullen een half jaar behandeld worden volgens de CBO richtlijn van 2006. De patiënten in de tweede groep zullen volgens het PEPT protocol behandeld worden (Pain Exposure Physical Therapy zgn. Macedonische behandeling waarbij de functie en niet de pijn centraal staat).

Hoe gaat de studie in zijn werk?
Een zogenaamde klinische trial (=studie) vergelijkt twee behandelmethoden met elkaar. Daartoe zullen patiënten die voldoen aan de criteria voor CRPS-I via de primaire behandelaar (meestal huisarts, specialist of fysiotherapeut) naar het UMC St. Radboud in Nijmegen worden verwezen. In eerste instantie zullen we, via de telefoon, dubbelchecken of de patiënt inderdaad CRPS-I heeft. Dit om te voorkomen dat er een nutteloze reis naar Nijmegen wordt ondernomen. Als de kans inderdaad groot is dat u aan de criteria voldoet en bereid bent om aan de studie deel te nemen dan volgt er binnen enkele weken een oproep om naar onze polikliniek te komen, waar u gezien wordt op onze multidisciplinaire polikliniek CRPS. U hebt dan al enkele vragenlijsten thuisgestuurd gekregen en als u inderdaad geïncludeerd wordt in de studie (dat betekent dat u echt meedoet) dan volgt er een loting die louter door toeval één van de twee behandelingen aan u toewijst.
U kunt contact opnemen en meer lezen via de website over het onderzoek klik hier: www.peptoctrial.nl

Lymfedrainage bij CRPS 1


Vroegtijdige diagnose en herstel van normale functies bij het Complex Regionaal Pijn Syndroom type1 (CRPS 1) zijn de sleutel tot een succesvolle behandeling. Manuele lymfedrainage zou een voorwaardenscheppende therapie, met betrekking tot bewegingstherapie, bij de behandeling van CRPS 1 kunnen zijn. Doel van dit artikel is achter de effecten van manuele lymfedrainage bij CRPS 1 te komen. Verder wordt de vraag gesteld, welke plaats de manuele lymfedrainage tot nu toe inneemt bij de behandeling van CRPS 1. Er zijn tot nu toe weinig onderzoeken bekend, waar uitsluitend manuele lymfedrainage in beschouwing wordt genomen. Uher E.M. et al. (2000) hebben onderzoek gedaan naar bewegingstherapie en manuele lymfedrainage met bewegingstherapie bij CRPS 1. Helaas kwamen bij de resultaten niet duidelijk de effecten van manuele lymfedrainage naar voren op de parameters pijn, zwelling, temperatuur en bewegingsuitslag. Bewegingstherapie wordt als standaardtherapie gezien en heeft waarschijnlijk te grote effecten op de parameters gehad. Het kan ook zijn dat manuele lymfedrainage geen effecten op de parameters heeft. Er zijn pathofysiologische verschijnselen bij CRPS 1 waar een connectie naar de behandeling van manuele lymfedrainage gemaakt kan worden. Twee belangrijke pathofysiologieën zijn in dit artikel opgenomen: ten eerste de uit de hand gelopen ontstekingsreactie, waarbij oedeemvorming ontstaat en ten tweede de vermoedelijke overactiviteit van het orthosympathische zenuwstelsel. Uit onderzoek kwam een wisselwerking tussen over- en onderactiviteit van het orthosympathische systeem naar voren in verschillende fasen van het syndroom. Om dat te kunnen bevestigen moet meer en kwalitatief beter onderzoek gedaan worden. Tot de effecten van manuele lymfedrainage behoort onder andere afvoer van overtollig vocht. Uit onderzoek is gebleken dat manuele lymfedrainage een vagotone werking heeft (toename van parasympathicus activiteit). In hoeverre de vagotone werking invloed kan uitoefenen op de verhoogde, respectievelijk wisselende orthosympahtische activiteit bij CRPS 1 is nog onduidelijk. Men kan hieruit de conclusie trekken dat er kwalitatief beter onderzoek naar de pathofysiologische verschijnselen gedaan zou moeten worden. Dit is van belang voor verdere therapie. Om achter de effecten van manuele lymfedrainage op de parameters pijn, zwelling, temperatuur en bewegingsuitslag te komen, moet onderzoek vanuit een andere opzet plaatsvinden, namelijk specifiek gericht op de effecten van manuele lymfedrainage. Uitsluitend op deze manier kan hierover een gedegen uitspraak worden gedaan. In hoeverre manuele lymfedrainage inhiberend werkt op de sympathicusactiviteit in de vaatvernauwende neuronen, is niet duidelijk. Verheldering kan ook hier alleen ontstaan door gericht onderzoek te doen.

Meldpunt voor medische missers


De Consumentenbond heeft vrijdag een meldpunt voor medische missers geopend. De bond roept mensen op om hun ervaringen met grote en kleine medische fouten te delen.

Tot 1 september kunnen mensen dat doen, daarna gaat de consumentenbond de fouten inventariseren om vervolgens in gesprek te gaan met ziekenhuizen en andere zorgverleners.

De consumentenbond pleit voor een onafhankelijk kenniscentrum waar consumenten op een laagdrempelige manier kunnen laten toetsen of hun zaak kans van slagen heeft. ,,Veel mensen haken voortijdig af in een procedure rond een medische fout. Het is vaak een grote administratieve rompslomp. Mensen zijn bang dat ze er veel tijd en moeite insteken en dat het vervolgens nergens op uit draait'', aldus een woordvoerder van de consumentenbond vrijdag.

Met het onafhankelijke kenniscentrum wil de bond de drempel verlagen om een klacht in te dienen over medische missers.

Bron: ANP

Manuele lymfedrainage


Het lichaam bestaan voor 2/3 uit vocht. Veel processen verlopen via dit lichaamsvocht. Bijvoorbeeld het vervoer van zenuwprikkels, hormonen, schadelijke stoffen en het uitwisselen van stoffen of van gassen. De processen via het lichaamsvocht worden de ‘waterhuishouding’ genoemd.

Het lymfestelsel (vaten en knopen) speelt een belangrijke rol bij het scheppen en onderhouden van de ideale leefomgeving voor onze lichaamscellen. Lymfe vervult daarin een voedende, zuiverende en drainerende rol. Lymfedrainage is een natuurlijke functie in ons lichaam. Deze functie kan bemoeilijkt worden als gevolg van een ongeval, operatie ziekte of stress. In dit geval kan de drainage van de lymfe manueel (met de handen) ondersteund worden.

Een manueel lymfetherapeut heeft na de basisopleiding fysiotherapie een post hbo opleiding tot manueel lymfetherapeut gevolgd.

Manuele lymfedrainage is een massagevorm die erop is gericht om het lymfestelsel te stimuleren. Dit is nodig om het overtollige vocht (zichtbaar en onzichtbaar oedeem) beter of sneller via de lymfebanen af te voeren.

Manuele lymfedrainage volgens methode Vodder is een zachte massagevorm die op het hele lichaam toepasbaar is. Het doel is de vochtdoorstroming te stimuleren en eventuele stagnaties op te heffen, weerstand te verhogen, stress te verlagen en het hormonale stelsel te optimaliseren. Bij deze methode wordt ritmisch een heel zachte, spiraalvormige druk uitgeoefend op de lymfeklieren en lymfebanen. De behandeling, waarbij de patiënt meestal ligt, vindt plaats in een ontspannen sfeer. De duur van de behandeling is afhankelijk van de klacht en de behandeling is nagenoeg pijnloos.

Manuele lymfedrainage volgens methode Vodder is toepasbaar op veel klachten, soms in combinatie met andere therapievormen. Zo behandelen wij onder andere mensen met:

· Zwellingen (oedeem) die het gevolg zijn van bijvoorbeeld een ongeval of een operatie;
· Verstuikingen;
· Bloeduitstortingen;
· Spierpijnen/ letsels;
· Dystrofie;
· Reuma (ontstekingen);
· Slijtage;
· Klachten aan het zenuwstelsel zoals migraine;
· Stressklachten zoals slapelooshied, concetratieverlies, problemen met de stoelgang, hoofdpijn;
· Keel- neus en ooraandoeningen;
· Huidproblemen zoals chronisch acne en littekens;
· Logaandoeningen zoals bronchitis, longemfyseem, astma;
· Bloedcirculatiestorrnissen zoals glaucoom, etalageziekte en open wonden;
· Orgaanklachten van bijvoorbeeld de lever, de nieren of de darmen.