"Leven met Posttraumatische Dystrofie - CRPS na bedrijfsongeval"

Sinds 2007 heb ik Posttraumatische Dystrofie door een bedrijfsongeval aan beide knieën opgelopen. Vanaf dat moment is mijn leven in een klap zeer ingrijpend veranderd.

Voor mij zijn er inmiddels al enkele "verloren" jaren gepasseerd, waarbij door diverse artsen, de voorbereidingen, de onvoldoende aandacht, de vooroordelen, de verkeerde diagnose, de verkeerde medicijnen, de onjuiste uitspraken er allen voor hebben gezorgd dat mijn Posttraumatische Dystrofie aandoening (beiderzijds) inmiddels van de acute fase in de chronische fase terecht is gekomen, wat verstrekkende gevolgen heeft voor mijn toekomst.


Vandaar dit informatie BLOG op internet over CRPS & bedrijfsongeval. Hopelijk kunnen slachtoffers en/of patiënten via WANDOU'S CORNER sneller bruikbare informatie, links, tips, etc. vinden.

TIP: Sinds 2010 ben ik onder behandeling van een deskundig pijnbehandelcentrum (het LUMC) in Leiden. Hier worden CRPS patienten daadwerkelijk serieus genomen en tevens zeer deskundig behandeld.

Sinds februari 2011 is er helaas ook CRPS/Posttraumatische Dystrofie in mijn rechter enkel/voet ontstaan!!!

"Posttraumatische dystrofie is een zeer ernstig te nemen aandoening."

"Ziektebeeld"
Posttraumatische Dystrofie (PD) is een complicatie die na een letsel of een operatie aan een ledemaat, arm of been ontstaat. De ernst ervan staat los van de ernst van het letsel. Zo kan een klein letsel, bijvoorbeeld een kneuzing van de hand, een ernstige vorm van PD geven. Een zwaar letsel, zoals een gecompliceerde enkelbreuk, kan in lichte mate PD tot gevolg hebben. PD is een van de belangrijkste oorzaken van functieverlies en invaliditeit na ongevallen of operaties aan een ledemaat. Alle weefsels en alle functies van een arm of been kunnen door PD worden aangetast. Er kan ernstige invaliditeit en moeilijk te behandelen pijn optreden. De patiënt kan in een maatschappelijk en sociaal isolement terecht komen. Jaarlijks krijgen 8.000 mensen deze complicatie na een letsel. In enkele gevallen ontstaat PD spontaan. Het overgrote deel van de 8.000 mensen geneest binnen korte tijd, veelal zonder restverschijnsel. De overige patiënten krijgen te maken met een langdurige of zelfs chronische situatie. Naar schatting zijn er tenminste 20.000 chronische PD-patiënten in Nederland. Posttraumatische dystrofie is een aandoening die bij alle leeftijden voor komt, maar vaker bij mensen tussen de 45 en 60 jaar en meer bij vrouwen (75%) dan bij mannen. Ook is het een aandoening die wereldwijd wordt aangetroffen zoals in Amerika, Engeland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, België, Italië, Zuid-Afrika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland. Posttraumatische dystrofie is in Nederland ook bekend onder de namen Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. Er zijn heel veel benamingen voor en in de literatuur worden wel 50 verschillende namen vermeld. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

"Theorieën"
Er is een aantal theorieën over het ontstaan van PD waarbij de theorie over de (over)reactie van het sympathisch zenuwstelsel en de ontstekingstheorie op de voorgrond staan.

"Sympathische reflex theorie"
Het ontstaan van PD wordt in deze theorie toegeschreven aan een over-reactie van het sympathisch zenuwstelsel. De verstoring van het sympathisch zenuwstelsel leidt tot veranderingen in kleur, temperatuur en zweten van het lidmaat. Niet alle verschijnselen van PD kunnen vanuit deze stoornis worden verklaard.

"Abnormale ontstekingsreactie theorie"
PD is, volgens deze theorie, een abnormale (steriele) ontstekingsreactie waarbij zuurstofradicalen een grote rol spelen. Er zouden teveel zuurstofradicalen worden gevormd waardoor gezond weefsel beschadigd wordt. Het normale herstel zou uit de hand lopen. De kenmerkende verschijnselen bij een ontsteking zijn roodheid, zwelling, warmte, functiestoornis en pijn.

"Theorie en bewijs: lokale neurogene ontsteking"
Er wordt vanuit gegaan dat op basis van weefselschade er een ontstekingsreactie tot stand komt die primair tot doel heeft tot genezing te leiden, maar echter op hol slaat. De ontstekingsreactie heeft tot gevolg dat er lekkage van zenuweiwit ontstaat. Dit heeft vervolgens weer tot gevolg dat er in de beslisstations in het ruggenmerg en hogere centra, veranderingen optreden die leiden tot ontregeling van het onwillekeurig zenuwstelsel en de symptomen van allodynie, dystonie en spasme.

Bewijsvoering: er is aangetoond dat bij posttraumatische dystrofie sprake is van een lokale neurogene ontsteking.

"Symptomen"
De symptomen van posttraumatische dystrofie zijn:


I. 4 of 5 van de volgende symptomen:
- onverklaarbare diffuse pijn, veelal brandende pijn en in een gebied groter dan het oorsponkelijk letsel
- verschil in huidskleur (rood of blauw)
- diffuus oedeem, zwelling
- verschil in huidtemperatuur (warmer of kouder dan het andere ledemaat)
- actieve bewegingsbeperking o.a. door pijn en stijfheid

II. het ontstaan of verergeren van symptomen na inspanning

III. symptomen in een gebied aanwezig groter dan het gebied van het eerste letsel of operatie, en in ieder geval in het gebied distaal van het eerste letsel. Deze symptomen verergeren na inspanning waarbij na hele korte tijd al een verheviging van bovenstaande reacties kan optreden. De pijn kan extreme vormen aannemen. Bij ongeveer 5% is er sprake van een zogenaamde koude dystrofie en is het ledemaat koud en blauw.

Andere verschijnselen die op kunnen treden zijn:

"Sympathische verschijnselen"
Overmatige zweetafscheiding: het ledemaat kan kletsnat worden. Veranderde nagel- en haargroei: op het ledemaat kunnen lange haren gaan groeien en de nagels groeien snel.

"Zenuwaantasting"
Er kan een grote gevoeligheid voor pijnprikkels ontstaan. Behalve dat men de pijn 'van binnen' voelt kan er ook zogenaamde aanrakingspijn aanwezig zijn. Men kan het niet verdragen als de huid, hoe licht ook, bijvoorbeeld met een veertje of wattenbolletje, wordt aangeraakt. Er kan een verminderd tastgevoel ontstaan of men ervaart dat het ledemaat niet meer bij het lichaamsschema hoort (het gevoel of de hand bijvoorbeeld erg ver weg is). De spierkracht neemt snel af en men heeft geen kracht meer om een kopje vast te houden of een zware deur te openen of een stukje te lopen. In ernstige gevallen kan de totale spierkracht verloren gaan en is er sprake van een (pseudo)-paralyse. Men heeft een verlamming maar op een EMG-onderzoek is er geen afwijking te zien.

"Tekenen van dystrofie of atrofie"
Na maanden kan het ledemaat er schraal en ingevallen uit gaan zien omdat het onderhuids vetweefsel en de spieren grotendeels verdwenen zijn. Op een röntgenfoto is vaak botontkalking te zien. Ook kunnen de gewrichten onherstelbare schade hebben opgelopen. Verdere complicaties kunnen zijn: contracturen, moeilijk te genezen zweertjes, enorme zwelling, ongecontroleerde bewegingen, verkrampingen. Het is mogelijk dat de PD uitbreidt naar andere ledematen. Wanneer men genezen is, is de kans dat PD terugkomt, er een recidief is, aanwezig.

Hoe snel moet men erbij zijn?
Diagnose en behandeling binnen de drie maanden na het zich inzetten van de aandoening is cruciaal. Men moet dus snel op blijvende pijn na operatie of ongeval reageren en/of doorverwijzen, en het niet afdoen als, "het zal wel beteren". Indien men reageert op je pijn en de CRPS snel ontdekt, dan heb je als patiënt nog alle kansen om te verbeteren. De aandoening is nog maar in de prille beginfase en kan nog gestild worden, zodat de gevolgen minimaal zijn. Voorwaarde is wel dat de behandeling die men je geeft aanslaat. Er zijn ondertussen al veel verschillende behandelingen om uit te kiezen. Weet dat in een aantal gevallen niets aanslaat en de aandoening toch erger wordt.

Wat is een botscan?
Een trifasische botscan is een van vele onderzoeken die een arts kunnen helpen de diagnose te stellen. CRPS is echter een klinische diagnose, d.w.z. dat een arts, in de eerste plaats, reageert op de symptomen. Een botscan is geen middel om ja/neen de diagnose te stellen. Een trifasische botscan kan positief/negatief zijn al naargelang het stadium waarin je verkeert. Tot hiertoe kent CRPS geen enkel onderzoek dat precies kan vaststellen of je de aandoening hebt of niet. Je klachten, je historiek, de tekenen en symptomen zijn uiterst belangrijk.

Is CRPS psychologisch?
Er is geen bewijs dat de aandoening psychologisch is. Er zijn al een aantal bewijzen geleverd dat de aandoening fysisch is; zo werd bvb. in de jaren 90 onderzoek verricht aan de universiteit van Nijmegen, waarbij men kon aantonen dat de zenuwen van CRPS patiënten dezelfde soort schade vertonen als die van diabetici.

Komt het enkel bij mensen voor?
Neen. Er zijn gevallen van CRPS bekend bij honden.

Hoe zit het met pijn?
De pijn bij CRPS is zeer moeilijk onder controle te krijgen. De pijn, die niet wijkt, is hoger dan die van niet-terminale kanker, en hoger dan de pijn bij een eerste bevalling. De behandeling moet dan ook aangepast zijn aan de pijn die je hebt.

Kan het zich verspreiden?
Ja. In 70% van de gevallen kan het zich verspreiden. Eerst doorheen het aangetast lidmaat, vaak naar het uiteinde: naar hand, voet, schouder. Het kan zich spiegelen, d.w.z. verspreiden naar het tegenoverliggend lidmaat, bvb. van been naar been. Of CRPS kan verspringen, bvb. van been naar arm. Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD kan bijna elk deel of systeem van het lichaam aangetast raken. Abnormaliteiten van de ademhaling, van het hart, of de spijsvertering kunnen ontstaan. Ook darm en blaas dysfuncties kunnen voorkomen.

Zijn er ook dingen die men niet mag doen?
Ja. De sympathectomie, zowel chirurgisch en chemisch; een permanente zenuwblokkade met zware gevolgen. Amputatie. Chirurgische procedures op het aangetaste lidmaat. Gipsen. Immobiliteit. Toepassing van ijs. Deze dingen zorgen er vaak voor dat CRPS zich meer gaat manifesteren dan voorheen, of ze hebben een negatief, onvoorspelbaar effect op de aandoening. Men moet erg voorzichtig zijn met deze "behandelingen", en in geval van een dringend noodzakelijke chirurgische ingreep moet men de nodige voorzorgen nemen.

Wanneer stopt het?
Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD dat dit in het algemeen beschouwd, kan CRPS duren van een paar weken tot de rest van je leven. Er kunnen periodes zijn van remissie, waar de tekenen en symptomen minder worden of verdwijnen, maar dat kan niet uitsluiten dat het niet plots weer erger wordt, zonder aanleiding of door een nieuw ongeval of nieuwe operatie.


EEN BEDRIJFSONGEVAL EN DAN?

Tip 1
Ga bij klachten direct naar uw huisarts! Het liefst nog dezelfde dag, maar in ieder geval zo spoedig mogelijk. Aarzel niet bij uw huisarts een bezoek te brengen, ook als u denkt dat het wel meevalt. Niet alle gevolgen van opgelopen letsel zijn direct te overzien. U doet er goed aan om alle klachten die u na het ongeval bij u zelf bemerkt direct met uw huisarts te bespreken. Wellicht denkt u later dat het bezoek aan de arts achterwege had kunnen blijven. Dat is dan heel prettig, omdat u dan voorspoedig bent hersteld. In een slechter geval, wanneer u wel klachten houdt voor een langere tijd is het goed wanneer de huisarts direct op de hoogte is gebracht. Er kan dan informatie over uw klachten worden ingewonnen vanaf kort na het ongeval hetgeen een vervelende discussie met de aansprakelijke verzekeraar kan voorkomen.

Tip 2
Schakel een belangenbehartiger (Letselschadebureau + indien nodig ook de Arbeidsinspectie) in, voordat verdere contacten met de tegenpartij of diens verzekeraar plaatsvinden. Uw belangenbehartiger kan u van advies voorzien of kan zelf de contacten voor u laten plaatsvinden. Zorgt u er in ieder geval voor dat er een belangenbehartiger tijdens een bezoek van de verzekeraar (of een door de verzekeraar ingeschakelde schaderegelaar) aanwezig is. Nog beter is het om niet zelf op een verzoek van de verzekeraar voor zo’n bezoek in te gaan. Ook is het natuurlijk van belang dat zo spoedig mogelijk een aansprakelijkstelling wordt verzonden om uw belangen veilig te stellen.

Tip 3
Houdt vanaf het begin uw schade bij. Dit voorkomt dat u later zaken over het hoofd ziet of dat noodzakelijk bewijs van gemaakte kosten niet meer voorhanden is.



"DIVERSE BELANGRIJKE SCHADEPOSTEN"

1. Smartengeld

2. Reiskosten/kosten begeleiding
- artsen ziekenhuis, fysiotherapie, bedrijfsartsen e.d.
- extra kosten i.v.m. reizen b.v. auto i.p.v. fiets
- grotere auto i.v.m. rolstoelvervoer.
- eigen bijdrage aangepast vervoer.
- opgenomen vakantiedagen voor bijvoorbeeld de begeleiding en verzorging van kinderen.

3. Extra reiskosten:
- taxikosten of reiskosten gemaakt door vrienden/familie.

4. Verlies verdienvermogen niet alleen het verschil in bruto-salarismaar ook:
- pensioenverlies waaronder ook de gevolgen voor uw nabestaanden
- spaarloonregeling levensloopregeling
- verlies reiskostenvergoeding (het deel dat bijdraagt aan de vaste lasten)
- onkostenvergoeding (voorzover daar geen reële kosten tegenover stonden)
- loon in natura als kleedgeld, lunch, koffie, soep etc.
- representatiekosten
- (automatische) salarisverhoging
- provisie tantième bonus winstdeling 13e maand gratificatie
- ziekenfondspremies en premies wao-gat spaarregelingen- premie ongevallen/invaliditeitsverzekering (vaak via CAO geregeld)
- vakantiegeld vakantiebonnen
- lagere fiscale aftrekposten of aftrek tegen een lager tarief
- gemis aanvullende alleenstaande ouderkorting of arbeidskorting
- gemis lease-auto
- gemiste vergoedingen voor kinderopvang.
- verstrekking bij 125 of 25 jarig dienstverband
- uitgaven voor scholing

5. Verlies van rechten in de sociale zekerheid:
Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat een slachtoffer na een ongeval in de WW belandt. Een eenmaal gebruikt WW-recht dient weer opgebouwd te worden.

6. Annuleringen/afzeggingen/zinloos geworden uitgaven:
- vakanties die al geboekt zijn
- abonnementen op bijv. sportschool dansles
- cursuskosten examengelden nutteloos geworden studieboeken
- zinloos geworden (doorlopende) uitgaven voor bijvoorbeeld een paard, een motorfiets, een boot. terwijl het niet meer mogelijk is daar gebruik van te maken.

7. Ziektekosten:
- eigen risico- verlies van no-claim voor de ziektekostenverzekering- niet verzekerde kosten fysiotherapie, alternatieve geneeswijzen, opvang e.d.
- toekomstige ziektekosten bijvoorbeeld bij tandheelkundige protheses: een brug is niet voor de eeuwigheid bedoeld. Ook orthopedische hulpmiddelen hebben vaak een beperkte levensduur.

8. Aanpassingen van de thuissituatie:
- verplichte verhuizing vanwege immobiliteit o.i.d.
- extra verwarmingskosten vanwege gedwongen thuiszitten.
- aangepast meubilair
- aangepaste woning
- kinderoppas
- oppas vanwege arts/ziekenhuis bezoek

9. Telefoonkosten/porti/kopieerkosten

10. Huishoudelijke hulp:
- door vrienden/familie- door ingehuurde kracht- Ook in het geval van inwonen bij anderen vanwege de verzorging
- verpleeghulp

NB let op bij het waarderen van de eigen bijdrage AWBZ. Soms is het gevolg van een uitkering van de verzekeraar dat men een hogere eigen bijdrage moet gaan betalen.

11. Zelfwerkzaamheid:
Soms verrichten betrokkenen aanzienlijke werkzaamheden aan bijv. een woning om deze woning dan 5 jaar later met winst te verkopen. Ook dit kan een aanzienlijke schadepost zijn.
- schilderwerkzaamheden
- tuinieren
- opknappen/verbouwingen
- auto wassen
- hulp bij verhuizing

12. Verzekeringen:
- de onmogelijkheid verzekeringen en/of hypotheken af te sluiten (tegen normale voorwaarden). Hogere premie of uitsluitingen
- noodzaak verzekering af te sluiten i.v.m. Handicap bijvoorbeeld een verzekering voor het ene oog als het andere verloren is gegaan door een ongeval.

13. Vakanties/Sport en Spel:
- hogere kosten omdat slapen op een luchtbed of varen met een boot niet meer gaat.
- renteverlies bij een aanschaf bijvoorbeeld caravan i.p.v. tent.
- kosten van aangepaste sportbeoefening een sportrolstoel bijvoorbeeld maar ook de hogere reiskosten omdat de training en de wedstrijden niet naast de deur plaatsvinden

14. Schadebeperkende maatregelen:
- Vaak is het mogelijk om schade te beperken maar die maatregelen kunnen soms zeer kostbaar zijn. Denkt u daarbij aan het inschakelen van Arbeidsdeskundige of reïntegratie-instellingen. Wanneer iemand kosten maakt die bedoeld zijn om de schade te beperken komen deze voor vergoeding in aanmerking. Ook wanneer de maatregelen niet succesvol zijn. Voldoende is dat er een redelijke grond bestond om te denken dat die maatregelen succesvol konden zijn. De schadebeperkingsplicht rust overigens ook op de aansprakelijke partij.

15. Zelfstandigen naast het verlies arbeidsvermogen
- verlies fiscale mogelijkheden afschrijvingen FOR zelfstandigen aftrekmogelijkheid auto op de zaak te zetten etc.
- gedwongen verkoop bedrijfbedrijfspand of bedrijfsmiddelen


Letselschade is onder te verdelen in materiële schade en immateriële schade oftewel smartengeld.

Materiële schade
Materiële schadeposten zijn onder te verdelen in kosten van herstel, kosten inzake blijvende invaliditeit, verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving) en verlies van doe-het-zelf capaciteit.

Kosten van herstel
Hieronder vallen zowel geneeskundige kosten, voor zover niet verhaalbaar via het Ziekenfonds of de Ziektekostenverzekeraar, alsmede de hiermee verbandhoudende kosten zoals aanschaf ziekenhuiskleding, reiskosten voor ziekenhuisbezoek, vervolgbezoeken artsen, telefoonkosten etc.

Kosten inzake blijvende invaliditeit
Dit kunnen kosten zijn met betrekking tot het aanbrengen van aanpassingen aan de woning of de auto. Ook kosten voor aanschaf van hulpmiddelen vallen hieronder. Deze kosten zijn verhaalbaar voor zover bijvoorbeeld de gemeente of bedrijfsvereniging geen vergoeding toekent.

Verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving)
Als gevolg van een ongeval kan men (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken waardoor men in inkomen terugvalt. Het verschil tussen enerzijds het oorspronkelijke inkomen en de te verwachten inkomensgroei en anderzijds de ontvangen uitkering (bijv. WAO/Wajong of WW) wordt aangeduid als inkomstenderving en komt voor vergoeding in aanmerking.

Verlies van doe-het-zelf capaciteit
Door een ongeval is het mogelijk dat men het huishoudelijk werk of het onderhoud aan het huis of tuin niet meer zelf kan verrichten. Dit verlies van zelfverdiencapaciteit wordt op een geldbedrag gewaardeerd, zodanig dat deze werkzaamheden tegen betaling aan een ander kunnen worden uitbesteed.

Immateriële schade
Immateriële schade oftwel smartengeld is een vergoeding voor schade wegens geleden en nog te lijden pijn, smart en/of gederfde en nog te derven levensvreugde. Het is dus een vergoeding voor leed; voor gekwetste gevoelens.

Het is moeilijk deze schade op geld te waarderen omdat deze niet exact is uit te rekenen. Voor het bepalen van smartengeld is het nodig dat de aard en de ernst van het letsel wordt vastgesteld. Vervolgens kan het bedrag voor smartengeld worden berekend aan de hand van vergelijkbare rechterlijke uitspraken.

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom

CRPS, of posttraumatische dystrofie is een uitermate pijnlijke- en vaak invaliderende aandoening die doorgaans ontstaat na een botbreuk, een operatie of een ander lichamelijk trauma. Zowel over het ontstaan als de beste behandeling ervan tasten artsen en onderzoekers nog vrijwel in het duister. In Nederland hebben een aantal wetenschappelijke instellingen de handen in elkaar geslagen om deze aandoening te onderzoeken. Trend heet dit onderzoek, wat staat voor Trauma RElated Neuronal Dysfunction. Het is ten eerste de bedoeling om uniforme criteria en objectieve meetmethoden op te stellen voor de diagnose van de aandoening. Om uiteindelijk tot effectieve therapieën bij CRPS te komen, is het nodig meer te weten over de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van de aandoening. Mogelijk gaat het om een verzameling van nauw verwante aandoeningen, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis. Voorlopig gaan de onderzoekers ervan uit dat twee mechanismen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van CRPS. Ten eerste neuronale inflammatie, dat wil zeggen een ontstekingsproces in de zenuwen. En ten tweede centrale sensitisatie, het fenomeen dat aanhoudende, acute pijn in een orgaan of weefsel via een aantal biochemische processen, zoals de aanmaak van extra receptoren in het zenuwweefsel, na verloop van tijd leidt tot chronische pijn, waarbij de oorspronkelijke pijnprikkel niet langer de uitlokkende factor is. Ten slotte willen de onderzoekers de verschillende behandelingsmethoden op hun waarde testen. Therapieën, zoals vaatverwijders, corticosteroïden of vrije radicalenvangers of het aanbrengen van een zenuwblokkade, werken niet bij iedereen. Sommige patiënten genezen spontaan, andere na een behandeling en naar schatting twintig procent van de patiënten met CRPS geneest niet en raakt blijvend invalide door de aandoening.

De algo(neuro)dystrofie of syndroom van Sudeck is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen. Ze tast meestal de voeten, de handen of de schouders aan; ook andere gewrichten kunnen getroffen worden. De oorzaak is nog onbekend. Tien procent van de vastgestelde algodystrofieën evolueren naar een chronische vorm. Een vroegtijdige diagnose en medische verzorging bieden evenwel een grotere kans op snelle genezing. Algodystrofie komt voor op alle leeftijden, zowel bij mannen als vrouwen. Bij kinderen is de ziekte meestal minder ernstig en geneest ze sneller dan bij volwassenen. De ziekte heeft heel veel verschillende namen,in de literatuur zijn er zo'n 50 bekend.Vooral ook post-traumatische Dystrofie wordt veel gebruikt,evenals Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

Oorzaken:
• De oorzaak van de aandoening blijft onbekend, maar in meer dan 80% van de gevallen kan er wel een oorzaak aangewezen worden.

De meest voorkomende factor (bij 50 tot 70% van alle algodystrofieën) is een traumatisme, een verwonding:
- verbrijzeling van een ledemaat,
- breuk, luxatie, verstuiking,
- verbranding,
- door een wapen veroorzaakte wonde,
- eenvoudige kneuzing.

• Andere factoren zijn:
- orthopedische heelkunde (zelfs minder belangrijke), artroscopie
- hart- of vaatchirurgie (zeldzamer)
- immobilisatie d.m.v. gips
- pijnlijke kinesitherapie
- geneesmiddelen (barbituraten, isoniazide)
- puncties en infiltraties zelfs wanneer deze correct werden uitgevoerd,
- reumatische, cardiovasculaire, ademhalingsaandoeningen of neurologische aandoeningen
- zwangerschap

• Andere individuele factoren lijken het optreden van een algodystrofie te bevorderen:
- hypertriglyceridemie,
- hyperthyroïdie
- psychologische factoren: bij een patiënt op drie stelt men overdreven reacties vast op stress (angst, paniek) alsmede een neiging tot depressie of een narcistische persoonlijkheid. Algodystrofieën zijn daarentegen zeldzaam bij vastbesloten of ambitieuze personen.

Symptomen:
Men moet aan algoneurodystrofie denken bij elke blijvende pijn, vooral wanneer die optreedt tijdens de verbetering van een van de mogelijke oorzakelijke factoren. In de evolutie van de algodystrofie onderscheidt men klassiek drie stadia:

Stadium I of de warme fase:
Wordt gekenmerkt door ernstige en brandende pijn met variabele intensiteit die door beweging en oefening erger wordt. Die verergering van de pijn bij oefening lijkt het meest vroegtijdige symptoom van algodystrofie te zijn. Functionele invaliditeit evoluerend naar toenemende stijfheid komt frequent voor. De fase wordt als warm gekwalificeerd wegens de plaatselijke ontsteking. Roodheid, warmte en plaatselijke zwelling zijn klassiek hoewel niet constant. Een gelokaliseerd bovenmatig zweten of een glimmende huid zijn ook mogelijk. De gemiddelde duur van fase I bedraagt 3 maanden. In de minder ernstige gevallen duurt die fase enkele weken, verzacht dan spontaan of reageert vlug op de behandeling. Ze kan soms ook langer duren.

Stadium II of de koude fase:
De pijn verergert nog en wordt vager. De huid verschrompelt en wordt bleek, een gevoel van koude. Het oedeem verspreidt zich en wordt steeds erger. Soms uitvallen van de lichaamsbeharing, de nagels worden bros, barsten of krijgen een gestreept uiterlijk. Er vestigt zich een osteoporose, eerst pleksgewijs, vervolgens meer gemarkeerd en diffuus. Het gewricht zwelt op. De spieren verschrompelen.

Fase II kan 3 tot 6 maanden duren.

Stadium III of de stabiliseringsfase:
De pijn verdwijnt geheel of gedeeltelijk. De symptomen worden uiteindelijk onomkeerbaar. Voor een groot aantal patiënten wordt de pijn resistent tegenover elke behandeling en kan die het ledemaat in zijn totaliteit betreffen. Sterke verzwakking van de spieren. De gewrichten van de voet of de hand worden extreem zwak; ze hebben een beperkte beweeglijkheid. Een beperkt percentage patiënten ontwikkelt een veralgemeende over het hele lichaam.

Behandeling:
Er bestaat geen consensus over de behandeling van algodystrofie. Bepaalde auteurs stellen dat genezing zelfs zonder therapie mogelijk is, anderen beweren dan weer het tegendeel. Een ding is zeker: zodra de diagnose gesteld is, moet men met de behandeling beginnen om de duur van de aandoening te beperken. De overgang van een behandeling naar een krachtiger behandeling is maar gerechtvaardigd in geval van mislukking of bij zware intolerantie ten opzichte van de aanvankelijke behandeling.

• Indien de diagnose in de warme fase wordt gesteld, moet een behandeling met zalmcalcitonine of salcatonine aangevat worden. Die is 50 maal krachtiger dan de menselijke calcitonine, maar moet wel met een injectie of via een neusspray toegediend worden. Enkel de injecteerbare bereidingen worden voor het ogenblik terugbetaald. De neusspray is voorbehouden aan patiënten die lijden aan de ziekte van Paget of vertebrale verzakkingen bij osteoporose. Braakneigingen, misselijkheid en flushes (roodheid in het gezicht) zijn frequente ongewenste effecten bij het begin van een behandeling met injecties. Een onderhuidse injectie 's avonds (vanaf 17 uur) wordt over het algemeen beter verdragen dan op een ander ogenblik van de dag. De toediening van een antibraak middel beperkt de misselijkheid aanzienlijk. Het gebruik van een antihistaminicum werkt het flusheffect van de calcitonine tegen.

• Betablokkers geven eveneens goede resultaten, vooral op de pijn in het eerste stadium. De dosissen moeten individueel aangepast worden.

• De kinesitherapie die altijd pijnloos moet blijven, bestaat in een actieve eventueel geassisteerde mobilisering, balneotherapie en wisselbaden. De katroltherapie, de houdingen en de passieve mobilisering moet men vermijden. De kinesitherapie mag nooit in een hyperalgetische fase (toegenomen gevoeligheid en verlaagde pijndrempel zoals bij oppervlakkige verbranding van de huid) voorgesteld worden.

• Paracetamol en niet-steroïdale ontstekingsremmers zijn niet efficiënt. Infiltraties met corticoïdenbezinksels zijn daarentegen wel efficiënt.

• Indien de behandeling niet aanslaat, kan een speciale behandeling worden gevolgd in een pijnkliniek. Die geeft goede resultaten maar is zeer pijnlijk en is af te raden bij hartpatiënten.

• Een andere behandeling die goede resultaten lijkt te geven bij hardnekkige gevallen, ook in het tweede stadium van de ziekte, bestaat in de toediening van bifosfonaten van de tweede generatie. De effecten op lange termijn zijn nog niet bekend. Ook deze behandeling is gereserveerd voor specialisten.


Diverse informatie

Hulpmiddelen
Goede hulpmiddelen zijn voor mensen met een beperking van groot belang. Medische hulpmiddellen bevorderen de zelfredzaamheid en het (langer) zelfstandig functioneren. De kwaliteit van een hulpmiddel heeft invloed op het dagelijks leven van de gebruiker.

Toegankelijkheid
De samenleving is nog onvoldoende toegankelijk. Een grote groep mensen kan daardoor niet meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Uit eten, geld pinnen, internetten, theaterbezoek etc. Deze belemmeringen worden nog teveel onderschat.

Vervoer
Mensen met een handicap of chronische ziekte ondervinden beperkingen in hun mobiliteit. Als je beperkt bent in de mogelijkheden om je te verplaatsen, kun je niet volwaardig deelnemen aan de samenleving. Beperkingen in mobiliteit zijn daarom onacceptabel.

Patiënt en Zorg
Veel mensen met handicap of chronische ziekte zijn afhankelijk van zorg. Deze zorg geeft vorm aan hun dagelijks leven. Daarom moet de "zorgvrager" zelf de hoofdrol spelen bij het bepalen van de inhoud en vorm van deze zorg. Hou regie in eigen hand.

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?

AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART

AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART
Binnen de Europese Unie is een uniforme kaart ingevoerd die in alle lidstaten van de EU geldig is. Er zijn drie verschillende kaarten: de bestuurderskaart voor degene die zelf autorijdt, de passagierskaart voor degene die vervoerd moet worden en een kaart voor AWBZ-instellingen.

Criteria voor aanvraag
Met de invoering van de GPK worden ook de criteria, waaraan moet worden voldaan om voor een parkeerkaart in aanmerking te komen, herzien. Voor zowel bestuurders als passagiers geldt dat men ten gevolge van een handicap een loopbeperking moet hebben van langdurige aard (tenminste 6 maanden). De aanvrager is niet in staat zelfstandig meer dan 100 meter te overbruggen.

Medische keuring
In alle gevallen (bij een eerste aanvraag of verlenging van de kaart) moet een medisch advies duidelijk maken of er recht op een parkeerkaart bestaat. Deze medische keuring gebeurt door A-Rea. Afhankelijk van de situatie kan A-Rea u oproepen voor een onderzoek. Ook is het mogelijk dat de A-Rea arts volstaat met een dossieronderzoek en informatie van de behandelend arts. U hoeft dan niet zelf langs te komen. De uitkomst van het onderzoek wordt vastgelegd in een beschikking. Het kan 1 tot 2 maanden duren voor u de beschikking thuis krijgt. Als u permanent rolstoelgebonden bent en u zich uitsluitend kunt verplaatsen in een elektrische rolstoel, dan is er geen keuring nodig. In dit geval kunt u de beschikking binnen enkele dagen verwachten.

Strikt persoonlijk
De houder van de gehandicaptenparkeerkaart mag de kaart niet door anderen laten gebruiken als het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de invalide zelf. Bij een passagierskaart is de bestuurder van het motorvoertuig verantwoordelijk voor juist gebruik en niet de passagier.

Medische keuring bij verlenging parkeerkaart niet meer verplicht

Het is voor mensen met een blijvende beperking niet meer nodig elke vijf jaar een medische herkeuring te ondergaan om hun gehandicaptenparkeerkaart te laten verlengen. Een groot deel van de gehandicaptenparkeerkaarten wordt automatisch verlengd. Dit is een gevolg van een wijziging van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (GPK) die op 3 april 2008 is ingegaan.

Parkeerbeleid gehandicaptenparkeerkaart
Iedere gemeente in Nederland is vrij om een eigen beleid te voeren in zake vrij parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart. Raadpleeg voordat u een uitstapje gaat maken het landelijk overzicht van het gemeentelijk parkeerbeleid. Let op: parkeert u in een parkeergarage of op een afgesloten parkeerterrein dan moet u altijd betalen, ook al parkeert u daar op een invalidenparkeerplaats. In het algemeen geldt dat houders van een gehandicaptenparkeerkaart mogen parkeren op iedere openbare parkeerplaats. De kaart geeft echter geen vrijstelling van het betalen van parkeergelden in welke vorm dan ook,evenmin kan met de kaart worden geparkeerd op plaatsen die door gemeenten gereserveerd zijn voor parkeervergunninghouders (wel maken veel gemeentes hier een uitzondering op)

op algemene invalidenparkeerplaatsen
- voor onbeperkte tijd in een parkeerschijfzone (ook buiten de vakken) waar voor anderen een beperkte tijd is aangegeven (parkeerschijf is niet verplicht)


Met gebruik van een parkeerschijf en voor maximaal 3 uren mag geparkeerd worden:
- buiten de vakken in een woonerf
- op plaatsen waar een parkeerverbod geldt
- langs een gele onderbroken streep (een gele doorgetrokken streep geeft een stopverbod aan. Hier mag nooit worden geparkeerd)

Tips in de omgang "mensen met een handicap":

• Behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden!
• Bedenk dat de grens tussen "gezond" en gehandicapt uiterst klein is. Zelf kan je ook opeens morgen in zo'n stoel zitten.
• Zie de ander als een volwaardig persoon. Dat iemand in een rolstoel zit wil nog niet zeggen dat hij/zij direct gek of seniel is.
• Betuttel niet. De meeste gehandicapten zijn erg zelfstandig en vragen het wel als ze hulp van je nodig hebben.
• Geef een volwassen gehandicapte niet zomaar een euro om een ijsje te gaan kopen. Praat niet tegen hem/haar alsof je een tweejarige peuter voor je hebt.
• Negeer een gehandicapte niet uit angst maar maak eerder je moeiten bespreekbaar.
• Verzwelg niet in het medelijden voor de ander, de meeste gehandicapten vinden het vreselijk om zielig gevonden te worden.
• Verplaats iemand in een rolstoel niet zomaar ongevraagd even, dit geeft een erg kleinerend gevoel.
• Ga niet zomaar op iemands rolstoel hangen omdat je dat wel makkelijk vind.
• De rolstoel is het verlengde van ons lijf en het is onplezierig als een ander daar zomaar over beschikt.
• WEES JEZELF!

dinsdag 18 mei 2010

LOGO & KEURMERK


Het Nederlands Instituut Van Register Experts
De expertisewereld kent een groot aantal verenigingen, die zonder uitzondering een belangrijke functie vervullen voor de verschillende branches. Voor de toekomst van het expertisevak is het noodzakelijk dat er een strategie wordt uitgezet waarin de kwaliteit van de dienstverlening de rode draad is.
Derhalve is in 1991 het NIVRE opgericht. Een stichting met als doel de bevordering en instandhouding van de deskundigheid en overige kwaliteit van de beroepsuitoefening van experts op het terrein van schadevaststelling, risicobeoordeling en verwante deskundigheden.


Keurmerk Letselschaderegeling
Slachtoffers van een ongeval die door toedoen van een ander letsel hebben opgelopen willen graag worden bijgestaan door iemand die hun veel werk uit handen neemt. Echter, het is lastig een keuze te maken uit de vele bureaus die zich aanbieden. Het voeren van de titels letselschadejurist, letselschade-expert of letselschadespecialist is onbeschermd en kan dus door iedereen zonder relevante opleiding gevoerd worden. Om het kaf van het koren te scheiden, is medio 2007 het Keurmerk Letselschade opgericht door Slachtofferhulp Nederland en een aantal gerenommeerde kantoren. De Stichting Keurmerk Letselschade ontwikkelt en handhaaft kwaliteitsnormen voor rechtshulpverleners die actief zijn in letselzaken. Het keurmerk omvat belangrijke waarborgen, zoals onafhankelijkheid, deskundigheid, transparantie, communicatie en duidelijkheid. De keurmerknormen worden regelmatig gecontroleerd. Door middel van het keurmerk is het gemakkelijker een goede keuze te maken uit de diverse rechtshulpverleners. Buiten de keurmerkkantoren is er nog steeds een grote wildgroei van “letselschade-specialisten”. Met het (ten onrechte) hanteren van ruime no-cure-no-pay afspraken verdwijnt dan een onacceptabel deel van de schadevergoeding van het slachtoffer in de zakken van deze “belangenbehartiger”. Let dus goed op bij het maken van uw keuze. De letselschadespecialisten van bureau letselschade HBS voldoen aan de eisen die de Stichting Keurmerk stelt. Ons kantoor beschikt dan ook over het Keurmerk. Uw garantie voor kwaliteit.


Nederlandse Instituur van Schaderegelaars
Letselschaderegelaars houden zich in hoofdzaak bezig met het vaststellen en het regelen van schade aan de mens, ook wel letselschade of personenschade genoemd. Die schade kan o.a. ontstaan als gevolg van een verkeersongeval, een bedrijfsongeval of gewoon door een ongeval in of rondom de woning.

zaterdag 15 mei 2010

Bedrijfsongevallen


Als u op uw werk of in verband met uw werk een bedrijfsongeval overkomt, staat u er vaak niet direct bij stil dat u daarvoor schadevergoeding kunt eisen van uw werkgever. Immers, uw ziektekostenverzekering betaalt de dokterskosten en het ziekenhuis, en uw werkgever betaalt tijdens de eerste 52 weken van uw arbeidsongeschiktheid salaris door, of tenminste 70 % van uw salaris. Er kunnen echter ook schadeposten zijn die niemand vergoedt. Daarover gaat dit stukje.

Voor zover uw werkgever u alleen 70 procent van uw salaris doorbetaalt is de overige 30 procent natuurlijk uw eerste schadepost. Immers, als het bedrijfsongeval niet zou hebben plaatsgevonden was u gezond gebleven en had u uw volledige salaris verdiend. Als u deze toestand vergelijkt met uw toestand na het bedrijfsongeval, bent u er financieel op achteruitgegaan. Dat is schade, en die schade moet de werkgever vergoeden.

Moet de werkgever uw schade altijd vergoeden? Bijvoorbeeld ook, als het bedrijfsongeval door uw eigen onachtzaamheid, dus uw eigen schuld, heeft plaatsgevonden? Het antwoord is: bijna altijd. De werkgever is alleen niet aansprakelijk als hij kan aantonen, dat het bedrijfsongeval is veroorzaakt door uw opzet of bewuste roekeloosheid. Opzet en bewuste roekeloosheid zijn juridisch zeer zware begrippen. In de praktijk kunt u ervan uitgaan dat in de overgrote meerderheid van de bedrijfsongevallen de werkgever wel aansprakelijk is voor de schade van de werknemer. Zelfs als deze onachtzaam of onhandig is geweest.

Is de werkgever alleen aansprakelijk als u werkelijk als werknemer bij hem in dienst bent? En is de inlener of opdrachtgever niet aansprakelijk voor de schade van een uitzendkracht of onderaannemer? Ook de inlener en opdrachtgever zijn aansprakelijk, indien de uitzendkracht of onderaannemer werkzaam zijn in het beroep of het bedrijf van de inlener of opdrachtgever. Als dus een bakkerij zijn gevel laat schilderen en een van de schilders valt van de ladder af, is de bakkerij niet aansprakelijk. Wel het schildersbedrijf dat de schilder in dienst heeft of heeft ingeleend. Daarnaast kan de uitzendkracht ook het uitzendbureau aansprakelijk stellen voor zijn schade. Hiervoor had ik het al over vermindering van inkomsten. U kunt minder verdienen als gevolg van het bedrijfsongeval. Ook als u blijvende schade hebt opgelopen aan uw gezondheid of gehandicapt raakt, is er inkomensschade, en wel gedurende de rest van uw arbeidsleven. Uiteraard zijn er uitkeringen zoals de WAO en WAZ, maar die zijn meestal lager dan wat u verdiende voordat het bedrijfsongeval plaatsvond. Maar er is meer: als u gezond zou zijn gebleven had u waarschijnlijk carrière gemaakt in uw werk, was u steeds meer gaan verdienen. Het bedrijfsongeval heeft daar een streep door gehaald. Ook deze verkeken carrière-kansen en de bijbehorende salarisverhogingen zijn schade. U moet dan natuurlijk wel goed kunnen aantonen, dat u inderdaad carrière zou hebben gemaakt als u gezond was gebleven.

Als u door het bedrijfsongeval in het ziekenhuis bent beland, kunt u in elk geval aanspraak maken op een algemene schadevergoeding per dag dat u in het ziekenhuis bent opgenomen. Als u reiskosten moet maken voor medische behandelingen, kunt u die kosten als schadepost opvoeren. Als u zelf de huishouding deed of zelf veel kluste in en om uw huis en u kunt dat na het bedrijfsongeval niet meer doen, zijn de kosten van een huishoudelijke hulp en de kosten voor een vervangende klusser schadeposten. Het is bij een bedrijfsongeval geen overbodige luxe om een letselschade-advocaat in de arm te nemen. De kosten van deze advocaat zijn een schadepost, waarvoor u de werkgever aansprakelijk kunt stellen.

Daarnaast is er het smartengeld of de immateriële schadevergoeding. U hebt door het bedrijfsongeval veel leed, pijn, verdriet en ongemak. Dat valt met geld niet te vergoeden, maar het is ook moeilijk te bedenken, hoe een werkgever dit anders dan in geld zou kunnen vergoeden. Afhankelijk van de ernst van uw letsel, de duur van de genezing en de blijvende gevolgen van het bedrijfsongeval kunt u veel of weinig smartengeld van uw werkgever eisen. Let wel: Nederland is Amerika niet, we hebben hier niet de traditie dat voor kleine letsels tonnen aan smartengeld worden uitbetaald. In Nederland zijn bij kleine letsels ook kleine bedragen gebruikelijk. Moeilijk wordt het, als u bijvoorbeeld al eerder rugklachten had, en uw rugklachten zijn door het bedrijfsongeval erger geworden. Uw werkgever of diens verzekering zullen dan direct roepen, dat de rugklachten niet door het bedrijfsongeval zijn veroorzaakt en dat de werkgever dus niet aansprakelijk is voor uw gezondheidsschade. Meestal moet een medisch specialist u dan onderzoeken, een rapport maken en daarin nauwkeurig aangeven of en zo ja, voor hoeveel procent de rugklachten zijn veroorzaakt door het bedrijfsongeval. Wacht na het bedrijfsongeval niet te lang met de aangetekende brief waarin u uw werkgever aansprakelijk stelt. U moet deze aansprakelijkstelling binnen vijf jaar na het bedrijfsongeval uit laten gaan, anders is uw recht om schadevergoeding te eisen verjaard en staat u met lege handen.

Schadevergoeding vorderen na een bedrijfsongeval is ingewikkeld, maar voor een werknemer, uitzendkracht of onderaannemer vaak zeer lonend.

woensdag 12 mei 2010

Onderzoekslijn: Epidemiologie


Het doel van de onderzoekslijn Epidemiologie is om informatie over een aantal belangrijke ziektematen te verzamelen, om een beter inzicht in risicofactoren voor het ontstaan en chronisch worden van CRPS te krijgen en om de gevolgen voor de maatschappelijke gezondheid in kaart te brengen. Daarbij maken de onderzoekers gebruik van de Integrated Primary Care Information (IPCI) databan, een speciaal gegevensbestand van de afdeling Medische Informatica van het Erasmus Medisch Centrum. Dit bestand bevat elektronische patiëntengegevens van circa 500.000 patiënten, die afkomstig zijn van ongeveer 180 huisartsenpraktijken. Ook de gegevens van patiënten die deelnemen aan andere TREND-studies worden bekeken.

Onderzoeksresultaten

Hoe vaak komt CRPS voor?
Inmiddels zijn de eerste gegevens uit deze onderzoekslijn over het voorkomen van CRPS gepubliceerd in het tijdschrift Pain. Uit de analyse bleek dat:
• per jaar ongeveer 26 van de 100.000 mensen CRPS krijgen; dat komt dus neer op ongeveer 4300 nieuwe patiënten per jaar in Nederland;
• CRPS het meest voorkomt bij vrouwen in de leeftijd tussen 61-70 jaar;
• de armen vaker zijn aangedaan dan de benen;
• een fractuur de meest voorkomende voorafgaande gebeurtenis was (44%).
(De Mos et al., Pain, 2007, 129(1): 12-20)

In de onderstaande figuur is de incidentie van CRPS (per 100.000 personen) afgezet tegen de leeftijd. Hier is duidelijk in te zien dat het vaker voorkomt in de hogere leeftijdsgroep en dat vrouwen (doorlopende lijn) vaker zijn aangedaan dan mannen (stippellijn).



Verloop van de ziekte
Het verloop van CRPS is per patiënt zeer verschillend. Sommige patiënten hebben weinig last en herstellen snel en volledig. Bij andere patiënten is het ziekteverloop veel slechter met uiteindelijk maar weinig herstel en soms een ernstige, blijvende invaliditeit. Uit een studie onder 102 CRPS patiënten bleek dat veel van hen na een gemiddelde ziekteduur van 6 jaar nog steeds symptomen vertoonden. 16% van hen gaf aan dat de ziekte nog steeds verergerde en 31% gaf aan niet in staat te zijn om te werken (De Mos et al., The Clinical Journal of Pain, 2009, 25:590-597).

Comorbiditeit
Kennis over de medische geschiedenis van een patiënte voor het begin van CRPS kan mogelijk inzicht bieden in de risicofactoren. Ook kan dit informatie opleveren over de potentiële ziektemechanismen die ten grondslag liggen aan de aandoening.
In een studie waarin gebruik werd gemaakt van de Integrated Primary Care Information (IPCI) databank, werd een associatie gevonden tussen CRPS en migraine en osteoperosis. Ook werd er een verband gevonden met astma. Mogelijk ligt aan al deze aandoeningen een mechanisme van neurogene inflammatie ten grondslag. (De Mos et al., Pain, 2008, 139:458-66).

Lopend onderzoek
Patiënten met CRPS kunnen een aantal klachten (zoals pijn, stijfheid en krachtsverlies) hebben die kunnen leiden tot beperkingen, ofwel problemen met het uitvoeren van activiteiten. Voorbeelden van beperkingen zijn moeilijkheden met staan, lopen, schrijven, wassen of kleden. Het is niet goed bekend hoe deze relatie bij CRPS in elkaar steekt en welke klachten nu vooral tot beperkingen leiden. Een beter inzicht in deze relatie kan duidelijk maken op welke klachten men zich in de behandeling vooral moet richten. Om dit goed te kunnen onderzoeken is in de afgelopen jaren aan patiënten met CRPS gevraagd om mee te doen aan een vragenlijstonderzoek. Tot heden hebben al bijna 650 mensen aan dit onderzoek meegewerkt en omdat dit aantal groot genoeg is om tot een betrouwbare indruk te komen, worden deze gegevens nu geanalyseerd. In dit onderzoek zal ook worden nagegaan welke problemen men als gevolg van CRPS in het maatschappelijke leven ervaart (denk hierbij aan werk, sport, recreatieve bezigheden, rol binnen de familie) en met welke factoren deze problemen samenhangen.

Coördinatie
Deze onderzoekslijn wordt gecoördineerd door Prof. Dr. Miriam Sturkenboom (Erasmus MC) en Dr. Han Marinus (LUMC).

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden bij CRPS?


Medicijnen
Er bestaan drie soorten pijnstillers:
paracetamol, de NSAID's (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs), en de opiaten.
Tegen zenuwpijn worden ook wel middelen tegen depressie en epilepsie voorgeschreven.


Paracetamol
Paracetamol is een van de meest gebruikte pijnstillers. Het is een betrekkelijk veilig en goedkoop middel. Het heeft behalve een pijnstillende ook een koortswerende werking. Het heeft (niet zoals de NSAID's) geen ontstekingremmende werking. Het grote voordeel van Paracetamol boven NSAID's is dat het veel minder maagklachten geeft. Het is in allerlei vormen en doseringen verkrijgbaar. Bij volwassenen is de maximumdosis 3000 mg per dag. Men kan wel meer slikken, maar dan wordt de pijnstillende werking niet beter.
Zoals bij alle pijnstillers is langdurig gebruik niet aan te raden. Bij langdurig gebruik van hoge doseringen Paracetamol kan leverbeschadiging optreden. Er bestaan veel combinatie-preparaten met paracetamol. In het algemeen zijn deze niet sterker werkzaam dan paracetamol alleen. Wel zijn ze vaak veel duurder. Het is dus niet zinvol om aan deze combinatie-preparaten geld te verspillen.

NSAID's
Er zijn veel NSAID's in de handel. Een aantal zijn zonder recept bij de drogist verkrijgbaar (aspirine, ibuprofen, naproxen). Deze middelen zijn chemisch afgeleid van aspirine, dat oorspronkelijk is gemaakt uit de bast van treurwilgen. Alle NSAID's zijn behalve pijnstillend en koortswerend, ook sterk ontstekingsremmend. Door deze eigenschap worden ze veel gebruikt bij ziekten, waarbij de pijn door ontsteking wordt veroorzaakt (zoals bijvoorbeeld rheuma).
Het voert te ver om hier alle NSAID's op te noemen. Wel belangrijk is om te melden dat ze ernstige bijwerkingen kunnen hebben. De bekendste is natuurlijk maagpijn en de kans op een maagzweer. De kans hierop neemt toe met de leeftijd. Ook als men veel alcohol drinkt of middelen als prednison slikt heeft men een grotere kans op een maagzweer bij het gebruik van NSAID's. Als men bij het gebruik van NSAID's maagpijn krijgt, is het raadzaam dit aan de dokter te melden. Andere bijwerkingen zijn de vertraagde bloedstelping (sneller blauwe plekken, wondjes blijven langer bloeden). Patiënten die antistollingsmiddelen nemen kunnen beter geen NSAID's slikken. Ook kunnen NSAID's de nierfunctie remmen waardoor men vocht vasthoudt. Oudere mensen met een verminderde hart- of nier-functie moeten dan ook voorzichtig zijn met het slikken van NSAID's. Hoewel NSAID's dus ernstige bijwerkingen hebben, zijn zij bij verstandig gebruik effectieve pijnstillers. Waar mogelijk, moet men langdurig gebruik vermijden.

Opiaten
Deze geneesmiddelen zijn afgeleid van morfine. Morfine werd vroeger uit papaverbollen gemaakt (opium). Bekende middelen zijn codeïne, tramadol, morfine, methadon, fentanyl (de pleister). Codeïne en tramadol zijn zwakke opiaten. Dat wil zeggen dat het pijnstillend effect wat minder is dan van 'echte' morfine. Vooral van codeïne is het pijnstillend effect gering; het wordt eigenlijk vooral gebruikt als anti-hoest middel.
Morfine en methadon zijn sterke opiaten. Het zijn zeer sterke pijnstillers. In tegenstelling tot de bovengenoemde NSAID's en paracetamol is er geen echte maximumdosis. In theorie kan men altijd meer pijnstilling verkrijgen door de dosis te verhogen. In de praktijk lukt dit natuurlijk niet altijd, omdat men last kan krijgen van de bijwerkingen. Er kunnen vele bijwerkingen optreden. De meest voorkomende is verstopping (obstipatie). De meeste artsen schrijven bij een opiaat dan ook meteen een laxeermiddel erbij voor.
Een andere bijwerking die bijna altijd na enkele dagen over is, is misselijkheid. Sufheid komt voor, maar kan ook een teken zijn dat de dosering te hoog is.
Enige uitleg over verslaving is hier op zijn plaats. Verslaving aan morfine komt voor, maar lang niet zo veel als men denkt. Het is niet zo dat men bij gebruik van morfine altijd verslaafd wordt. Bij het overgrote deel van de patiënten blijkt het altijd mogelijk de morfine weer af te bouwen. Wel is het zo dat er gewenning optreedt. Dit betekent dat men na een periode van morfine-gebruik, de tabletten niet zo maar mag stoppen. Om ontwennings-verschijnselen te voorkomen, moet men het langzaam afbouwen.
Angst voor verslaving is dan ook niet terecht en mag nooit een reden zijn om géén of te weinig morfine te nemen.
Tot nu toe is het gebruik van opiaten beperkt tot tijdens en na operaties en tot het behandelen van pijn bij kanker. De laatste jaren worden opiaten ook voorgeschreven aan patiënten met pijn die niet het gevolg is van kanker. Zo wordt morfine wel gegeven aan patiënten met reuma, artrose, of pijn na een beschadiging van het zenuwstelsel (bijv. een dwarslaesie).

Er bestaan vele verschillende preparaten. De meest gebruikte zijn morfine retard en de fentanyl-pleister.
Morfine retard (Merknamen zijn Kapanol, MS Contin, Noceptin) is een zg. depot-preparaat. Dit betekent dat de tablet, na inname, het medicament langzaam afgeeft. Het grote voordeel is dat men maar twee keer per dag een pil hoeft te slikken. Nadeel is dat een verhoging van de dosis maar langzaam effect geeft. Bij zg. 'doorbraakpijn' moet men een sneller werkend middel nemen, bijv. Morfine-drank.
De Fentanyl-pleister (Durogesic pleister) is een pleister die op de huid geplakt wordt. In de pleister zit fentanyl, een sterk opiaat. Deze stof gaat door de huid de bloedbaan in en geeft dan een sterk pijnstillende werking. Het effect merkt men na ongeveer 12 uur; het effect duurt ongeveer drie dagen. Om de twee-drie dagen moet men een nieuwe pleister opplakken. De Fentanyl-pleister is patiënt-vriendelijk, maar heeft ook als nadeel dat men bij snelle toename van pijnklachten een ander (sneller werkend) middel erbij moet nemen.
Het is belangrijk om zich te realiseren dat de doseringen van morfine-tabletten niet overeenkomt met de dosering van fentanyl-pleisters.

Behandeling van zenuwpijn
Na beschadigingen van zenuwweefsel (zoals een hersenberoerte, dwarslesie, zenuwontsteking bij suikerziekte) kan zenuwpijn ontstaan. Deze pijn is het gevolg van afwijkende geleiding van pijn-prikkels in zenuwen. Men kan dit vergelijken met een verkeerd aangesloten telefoondraad, waardoor de telefoon constant blijft rinkelen. Het zenuwstelsel wordt dan de constant in actie gebracht omdat het denkt dat er ergens een weefselbeschadiging is. Dit soort pijn is vaak niet goed te verminderen met de 'gewone' pijnstillers zoals hierboven beschreven. Bij zenuwpijn geeft men vaak geneesmiddelen die de prikkelgeleiding in zenuwen vertragen. Hiervoor gebruiken we vaak antidepressiva en anti-epileptica. Het is goed om zich te realiseren dat deze tabletten niet worden voorgeschreven omdat de dokter denkt dat 'het wel tussen de oren zit'. Deze middelen worden speciaal tegen de pijn voorgeschreven.
Veelgebruikte tabletten zijn amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) en carbamazepine (Tegretol).

Reflexdystrophie


Wat is Posttraumatische Dystrofie?
Posttraumatische dystrofie (PD), ook wel Südeckse dystrofie of sympathische reflexdystrofie genoemd, is een ziekte met een tot op heden onbekende oorzaak. De naam PD geeft al aan dat de oorzaak niet bekend is, want de woorden PD geven alleen een beschrijving van de ziekteverschijnselen. Ze betekenen nl. een verminderd functioneren (dystrofie) na een letsel. Elk jaar zijn er in Nederland ongeveer 8000 nieuwe patiënten die zich melden met verschijnselen die passen bij PD.

Klachten/ verschijnselen
Hoewel het ziekteverloop op verschillende manieren kan verlopen, is het typische voor beeld van PD de patiënt die na een lichte verwonding aan arm of been verschijnselen krijgt die lijken op een forse ontsteking van de aangedane arm of been. De omgeving van de plaats die ze bezeerd hebben wordt opgezwollen, rood, warm (of juist koud) en vooral zeer pijnlijk. In de loop van de tijd neemt de pijn vaak toe. Het aangedane lichaamsdeel wordt langzaam stijf en er kan een verminderd gevoel ontstaan. Dit kan leiden tot een functieverlies van het aangedane lichaamsdeel. Het verloop is per patiënt zeer verschillend. Sommige patiënten hebben weinig last en beleven een snel en volledig herstel. Bij andere patiënten kan de aandoening agressief verlopen met uiteindelijk maar weinig herstel, en een ernstige blijvende invaliditeit.

Oorzaken
Zoals boven aangegeven is de oorzaak niet bekend. Er bestaan verschillende theorieën over de ontstaanswijze. Sommige onderzoekers denken dat een overgevoeligheid van het zenuwstelsel een rol speelt, anderen denken dat er sprake is van een abnormale ontstekingsreactie. Een in Nederland populaire theorie is die van de zg. 'zuurstof-radicalen'. Dit zijn afvalproducten die ontstaan bij ontstekingsprocessen. De theorie gaat ervan uit dat een teveel van deze 'radicalen' een rol speelt bij PD. Om dit teveel te bestrijden worden dan middelen als Mannitol, DMSO-crème, N-acetylcysteine (Fluimicil) voorgeschreven.

Hoe stelt men de diagnose?
Een van de grote problemen van PD is dat er voor het stellen van de diagnose geen definitieve test beschikbaar is. Er is geen bloedonderzoek of speciale röntgen-foto of scan waarmee men de diagnose PD kan stellen. De arts moet de diagnose dus stellen op basis van de door de patiënt vertelde klachten en de bij het lichamelijk onderzoek gevonden afwijkingen. In 1994 zijn hiervoor regels opgesteld om de uniformiteit in de diagnosestelling te bevorderen. Toch kan het in sommige gevallen zeer moeilijk blijven om de diagnose te stellen.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
Vele behandelingsmogelijkheden worden gepropageerd en toegepast bij PD. Men moet zich realiseren dat geen van deze behandelingen ooit wetenschappelijk bewezen zijn. Dé behandeling voor PD bestaat dan ook niet. Ook de verzuchting van veel dokters "Was U maar eerder bij mij gekomen, dan was U er nu niet zo erg aan toe!" is nergens op gebaseerd. Een belangrijk aspect van de behandeling is de behandeling van de pijn. Deze vindt plaats door het voorschrijven van pijnstillers.

Voor het behandelen van een teveel aan 'radicalen' worden Mannitol-infusen, DMSO-crème, en Acetylcysteine (Fluimicil)-tabletten voorgeschreven. De werkzaamheid ervan is echter nooit bewezen. Andere behandelingen zijn er op gericht om een veronderstelde overactief zijn van het onwillekeurige (sympathische) zenuwstelsel af te remmen. Hiervoor werden in het verleden vaak zg. RIS-blokkades uitgevoerd. Er wordt dan en stuwband om de aangedane ledemaat gelegd en via een infuus wordt een middel toegediend dat het sympathische zenuwstelsel remt. Van deze behandeling is intussen bekend geworden dat zij niet werkt en wel degelijk riskant is. In de meeste ziekenhuizen wordt zij dan ook niet meer uitgevoerd.
Met zenuwblokkades wordt ook wel geprobeerd om het sympathische zenuwstelsel te remmen (zg. ganglion stellatum blokkades voor PD in de arm en zg. lumbale plexus sympathicus blokkades voor PD in een been). Soms kunnen deze tot klachtenverlichting leiden. In de praktijk is het resultaat vaak teleurstellend. Een enkele keer kunnen ze ook verergering van de klachten veroorzaken.
Tot slot is wel zeer belangrijk het ondergaan van fysiotherapie. Deze kan er voor zorgen dat er de aangedane ledemaat mobiel blijft en dat het functieverlies zo beperkt blijft.

Patiëntenvereniging
Nederlandse Vereniging van Post-traumatische Dystrofie patiënten
Postbus 31157
6500 CD Nijmegen
Telefoon: 013-4554951

Acupunctuur


Acupunctuur is het plaatsen van dunne naalden in bepaalde punten in het lichaam met als doel symptomen te verminderen en aandoeningen te behandelen. De oorsprong van acupunctuur ligt in de traditionele oude Chinese geneeskunde.
Volgens de theorie van acupunctuur circuleert de lichaamsenergie via energiebanen, ook wel meridianen genoemd. Als de natuurlijke balans van de energie verstoord is, kan men door middel van acupunctuur de balans weer herstellen. Er zijn verschillende stromingen binnen de acupunctuur.

Hoe werkt het?
Er zijn verschillende acupunctuur technieken. De belangrijkste verschillen tussen de technieken hebben te maken met de achterliggende theorie die de acupuncturist gebruikt, het aantal naalden dat gebruikt wordt, hoe lang de naalden in de punten blijven zitten en hoe diep de naalden worden ingestoken. Verder zijn er verschillende manieren die worden gebruikt om de naalden te stimuleren, bijvoorbeeld met de hand bewegen, elektrisch stimuleren of met natuurlijke extracten.

De twee belangrijkste groepen binnen acupunctuur zijn traditionele acupunctuur, waarvan de oorsprong ligt in de Chinese geneeskunde, en de hedendaagse acupunctuur, die gebaseerd is op westerse psychologische theorieën.
Acupunctuur is gebaseerd op de theorie dat aandoeningen hun weerspiegeling hebben op specifieke punten op de huid of net daaronder. Deze punten bevinden zich al dan niet onder zogenaamde 'meridianen'.

Voor welke problemen wordt het gebruikt?
Acupunctuur kan bij de behandeling van verschillende aandoeningen of problemen worden toegepast, zoals lage rugpijn, maar het wordt ook gebruikt door mensen die willen stoppen met roken.
Uit wetenschappelijk onderzoek is niet gebleken dat acupunctuur effectief is.

Door wie wordt het toegepast?
Acupunctuur wordt toegepast door een acupuncturist. Een acupuncturist die ook arts is, heeft meer kennis van ernstige of acute ziektes en kan ook doorverwijzen naar andere behandelaars.

Bijwerkingen en risico's
Mensen met bloedstollingsproblemen of die antistollingsmedicijnen gebruiken, moeten acupunctuur vermijden. Plekken op het lichaam met infecties mogen niet behandeld worden. Verder kan acupunctuur bij zwangere vrouwen weeën opwekken. Voor mensen met pacemakers wordt acupunctuur ontraden.

Sommige mensen vinden de behandeling pijnlijk, terwijl andere het als prettig ervaren. Na de behandeling kan men zich slaperig voelen. De naalden kunnen kleine bloedingen veroorzaken die vanzelf stoppen. Mensen kunnen zich door de naalden flauw of zwak voelen.

Ernstige bijwerkingen zijn zeldzaam maar kunnen zich voordoen als acupunctuur niet zorgvuldig wordt uitgevoerd. Het gebruik van naalden die niet steriel zijn, kan ernstige infecties, zoals hepatitis en AIDS, veroorzaken. In het verleden is het een keer voorgekomen dat een long werd geperforeerd of dat bloedingen rond het hart ontstonden.

ZENUW-BLOKKADE


Wat is het?
Een zenuwblokkade is het uitschakelen van een zenuw die een pijnprikkel doorgeeft aan de hersenen. Een wortelblokkade is het uitschakelen van een bundel zenuwen. Hierdoor kan de pijnprikkel niet worden doorgegeven aan de hersenen. Er kan een tijdelijke proefblokkade of een definitieve blokkade worden gedaan. Er wordt altijd eerst een proefblokkade gedaan voordat eventueel een definitieve blokkade wordt uitgevoerd. Een definitieve zenuwblokkade kan langere tijd pijnvermindering geven en kan worden herhaald als de pijn toch terugkeert.

Hoe werkt het?
Spuit met verdovingsvloeistof (Kemie Guaida. Het uitschakelen van een zenuw is niet geschikt voor alle soorten pijn. Er is dus altijd een goed vooronderzoek nodig om vast te stellen of de behandeling zin kan hebben. Een zenuwblokkade of wortelblokkade wordt in dagbehandeling uitgevoerd in een speciale operatiekamer.
Bij een proefblokkade wordt de zenuw of de zenuwwortel verdoofd met verdovingsvloeistof. Als er tijdelijk een goed effect wordt verkregen kan een definitieve blokkade worden gedaan. Het effect duurt maximaal een aantal uur. Soms wordt behalve verdovingsvloeistof ook een ontstekingsremmend middel ingespoten waardoor het pijnstillend effect wat langer kan aanhouden.
Een definitieve blokkade wordt gedaan door verhitting, bevriezing of met een vloeistof die de zenuw beschadigt.

De specialist ontsmet de huid en geeft een plaatselijke verdoving op de plaats waar de proefblokkade of definitieve zenuwblokkade wordt gedaan. Proefblokkades en definitieve zenuwblokkades worden met behulp van speciale naalden uitgevoerd. De specialist prikt op zo'n manier dat de punt van de naald de zenuw bereikt.
Meestal wordt tijdens de behandeling met röntgenstraling gecontroleerd of de naaldpunt goed zit. Voor een goed röntgenbeeld is soms het inspuiten van contrastvloeistof nodig. Als er op deze manier een zenuwwortel wordt gelocaliseerd, wordt dat ook wle een radiculografie genoemd.

Bij een proefblokkade wordt verdovende vloeistof ingespoten en wordt de naald verwijderd. Als er een definitieve zenuwblokkade wordt uitgevoerd, worden er eerst kleine stroomstootjes gegeven om te bepalen of de punt van de naald op de juiste plaats ligt. Als de specialist er zeker van is dat dit zo is, wordt de zenuw door hitte, koude of vloeistof beschadigd. Daarna wordt de naald verwijderd.

De behandeling duurt vijftien minuten tot drie kwartier. Tussen verschillende blokkades moet minimaal een dag zitten.

Voor welke problemen wordt het gebruikt?
Een zenuwblokkade wordt uitgevoerd bij bepaalde vormen van chronische pijn zoals bijvoorbeeld lage rugpijn en nekpijn. Ook bij aangezichtpijn en clusterhoofdpijn en pijn bij kanker kan een zenuwblokkade zinvol zijn. Bij sommige vormen van reuma zoals de ziekte van Bechterew kan een zenuwblokkade soms ook uitkomst bieden (Bron : In Beweging, maandblad van de RPB Nummer: 1998/5).
De behandeling helpt alleen als de pijn duidelijk afkomstig is uit een bepaalde zenuw of zenuwwortel.

Door wie wordt het toegepast?
Een zenuwblokkade wordt meestal uitgevoerd door een radioloog, anesthesioloog of pijnspecialist. Soms zijn er ook andere artsen bij betrokken.

Bijwerkingen en risico's
De hoeveelheid röntgenstraling die wordt gebruikt bij het maken van de foto's is gering (zie ook het onderdeel over de röntgenfoto). Bij zwangerschap wordt deze behandeling, vanwege de risico's, normaal gesproken niet gedaan. Bijwerkingen van de verdovingsstoffen zijn zeldzaam maar kunnen bestaan uit een overgevoeligheidsreactie, moeite met praten of duizeligheid.
Na een proefblokkade of definitieve zenuwblokkade kan tijdelijk krachtverlies en uitval van gevoel optreden. Daarom is het belangrijk om met begeleiding naar het ziekenhuis te komen.
Verder is het belangrijk om elk medicijngebruik, overgevoeligheid of allergie van tevoren te melden. Een pacemaker is een reden om extra voorzichtig te zijn als er gebruik wordt gemaakt van zenuwprikkeling met stroomstootjes.
Bij gebruik van bepaalde bloedverdunnende medicijnen wordt, in overleg met de specialist, het gebruik van deze medicijnen enkele dagen voor de zenuwblokkade gestaakt.

Na een definitieve zenuwblokkade kan soms eerst vermeerdering van de bestaande pijnklachten optreden. Pijnstillers kunnen dan helpen. Het effect van de definitieve zenuwblokkade kan pas na enige tijd (zes weken tot drie maanden) worden beoordeeld.

Door de verdoving kan er tijdelijk minder gevoel in een been zitten. Ook kan de kracht in een been tijdelijk minder zijn. Dit duurt meestal enkele uren waardoor men minder goed kan lopen, fietsen of autorijden. Als de behandeling succes heeft, zal de pijn binnen enkele uren of dagen afnemen.

Er zijn verder, onder normale omstandigheden, geen blijvende ongewenste gevolgen van de behandeling bekend.

Het TREND Consortium - Trauma RElated Neuronal Dysfunction


Het TREND consortium heeft in 2004 veel geld ontvangen om onderzoek te doen naar posttraumatische dystrofie (CRPS-I). De onderzoeken lopen tot 2011 en er vindt in het land veel onderzoek plaats. Geld is erg belangrijk om onderzoek te kunnen doen, maar met alleen geld gebeurt er nog niet veel. Het gaat om de samenwerking met andere onderzoekers en organisaties om gezamenlijk de oorzaak en behandeling van PD te doorgronden. En die unieke samenwerking is er gekomen.
In het Leids Universitair Medisch Centrum, Erasmus MC (Rotterdam), Academisch Ziekenhuis Maastricht, Vrije Universiteit Medisch Centrum (Amsterdam), Universitair Medisch Centrum Utrecht, Technische Universiteit Delft en andere organisaties worden onderzoeken gedaan ten behoeve van TREND. Ook buitenlandse partners melden zich.
U kunt zelf alles volgen via: www.trendconsortium.nl

woensdag 5 mei 2010

Neuropathische Pijn of Zenuwpijn


De meeste mensen zijn gewend te denken aan pijn als een symptoom of teken van een onderliggende ziekte of beschadiging. Bij acute pijn is dit doorgaans ook het geval. Bij chronische pijn zijn echter de pijndrempel, de pijnverwerking en de pijnbeleving vaak gestoord. In wezen kan men zeggen dat de pijn op zichzelf een ziekte is geworden en niet slechts een symptoom. Er is daarom ook een slechte overeenkomst tussen de bevindingen bij Röntgenonderzoek enerzijds en de mate van pijn anderzijds.

Hoe ontstaat neuropathische pijn?
Neuropathische pijn ontstaat door een acuut of chronisch letsel van een zenuw waardoor spontane pijnprikkels kunnen ontstaan. Een prikkel die normaal als licht pijnlijk wordt ervaren wordt ineens hevig. De natuurlijk dempingsmechanismen raken ontregeld en er kunnen verkeerde schakels in het ruggenmerg ontstaan. Hierdoor worden o.a. tastprikkels als pijnprikkels waargenomen. Ook kunnen er na zenuwletsels zenuwknobbels ontstaan in het litteken en vindt er ontregeling plaats van het sympathische (onwillekeurige) zenuwstelsel.

Wat zijn de verschijnselen van neuropathische pijn?
Soms ontstaan er verschijnselen die typisch zijn voor zenuwpijn. De pijndrempel is vaak zeer laag (hoewel de patiënt dit zelf niet zo ervaart). De pijn kan een branderig karakter krijgen. De pijn kan gepaard gaan met tintelingen of andere sensaties die onplezierig kunnen zijn. Ook kan de pijn een schietend karakter krijgen dat vaak als steken of elektrische schokken kan worden ervaren. Tastprikkels kunnen pijnlijk zijn en het schuren van kleding over de huid kan als schrijnend worden ervaren.

Oorzaken?
Er zijn vele oorzaken van neuropathische pijn. Deze pijn kan ontstaan na een gordelroosinfectie (met name als de gordelroosblaasjes genezen zijn). Soms ontstaat de pijn door chronische ziekte of vitaminegebrek zoals bij diabetes, langdurig alcoholmisbruik of blootstelling aan giftige stoffen of chemotherapie met cis-platinum. Veel patiënten hebben hun klachten gekregen naar aanleiding van een chirurgische ingreep of ongeval. Typisch voorbeelden zijn klieroperaties in de oksels (zoals na borstoperaties), hals of liezen. Maar ook de liesbreuk, rugoperatie, hartoperatie, (vooral bij gebruik van de LIMA of RIMA) en longoperaties zijn bekend. Ook bekend is de fantoompijn na amputaties.

Een bijzondere vorm van neuropathische pijn is het complex regionaal pijnsyndroom type 1 (ook wel bekend als posttraumatische dystrofie of reflex sympathische dystrofie).
Hierbij is meestal één ledemaat aangedaan. De pijn ontstaat meestal na een ongeluk of operatie. Vaak gaat dit gepaard met kleurs- en temperatuurverandering, zwelling en verandering in de doorvoeding (trofische veranderingen). Ook is er vaak overmatig veel zweten van de arm of been.
De trigeminus neuralgie is een bijzondere vorm van aangezichtspijn die ontstaat door druk op het ganglion van Gasser (zie hierover de afzonderlijke brochure)

Prognose?
De prognose van neuropathische pijn is over het algemeen somber. Uit zichzelf gaat de pijn zelden over. Wel kan de pijn sterk wisselen. Ook zijn er vele methodes om de pijn te onderdrukken.

De behandeling van neuropathische pijn
De behandeling van neuropathische pijn is meestal niet door middel van priktechnieken zoals deze vaak door de anesthesioloog wordt toegepast. Hier zijn een aantal uitzonderingen op. Als het sympathisch zenuwstelsel betrokken is kan een sympathicus blok overwogen worden. Ook kan soms de pijn onderdrukt worden door inspuiting met corticosteroïden (bijnierschorshormoon). De trigeminus neuralgie kan door een priktechniek volgens Sweet (met radiofrequente stroom) vaak verholpen worden. Veel vaker zal de behandeling plaatsvinden door langdurig gebruik van medicamenten of door middel van TENS (via de fysiotherapeut). De medicamenten die hiervoor worden toegepast zijn niet klassieke pijnstillers maar middelen die normaal gesproken worden gebruikt bij de behandeling van epilepsie (anti-convulsiva) of depressiviteit (anti-depressiva). Ook tramadol en morfineachtige middelen kunnen soms effectief zijn. Deze middelen werken doorgaans niet meteen, maar moet men enige tijd ermee doorgaan om te beoordelen of ze werkzaam zijn. Meestal ondervindt men een gedeeltelijk effect.

Anti-convulsiva
De meest bekende anti-epilepsie middelen die gebruikt worden zijn Lyrica ® (pregabalin), Neurontin® (gabapentine), Tegretol® (cabamazepine) en Trileptal® (oxcarbazepine). Neurontin® is sinds begin 2000 in de handel in Nederland. Op dit moment is Neurontin® alleen geregistreerd voor behandeling van epilepsie, maar in sommige andere landen van Europa heeft registratie voor behandeling van pijn reeds plaatsgevonden. In de Nederlandse bijsluiter vindt u dus niets over pijn.
Bij de meeste patiënten wordt gestart met een lage dosis te weten: drie maal daags 400 mg. Een enkele keer is het nodig met een nog lagere dosering te starten. Het is verstandig dit in enkele dagen tijd op te bouwen (b.v. de eerste twee dagen alleen ‘s avonds, daarna twee dagen ‘s morgens en ‘s avonds en dan pas drie maal daags) Op geleide van het effect en de eventuele bijwerkingen kan binnen enkele weken de dosering verhoogd worden tot maximaal vier maal daags 800 mg. In overleg met de behandelend arts kan de dosering worden aangepast op geleide van het effect en de eventuele bijwerkingen. Dit middel is niet zozeer beter als voorgaande middelen tegen zenuwpijn maar heeft aanzienlijk minder bijwerkingen. Ook lijkt Neurontin® niet alleen effectief te zijn bij schietende pijn, maar ook bij branderige pijn en pijn bij aanraken. Als er bijwerkingen optreden dan zal dit vaak zijn in de vorm van duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn, en gewichtstoename.

Lyrica® is sinds 1 maart 2005 in het geneesmiddel vergoedingssysteem. Het is geregistreerd voor zenuwpijn, maar mag vooralsnog alleen door medische specialisten worden voorgeschreven.
Lyrica® werkt op dezelfde wijze als Neurontin®, en is niet zozeer beter dan Neurontin® maar heeft doorgaans minder bijwerkingen. Ook als U al minder goede ervaring hebt gehad met Neurontin®, kan Lyrica soms een uitkomst bieden. Bij Lyrica® is de startdosis tweemaal daags 75 milligram. Al na een week kan men beoordelen of dit de juiste dosering is of dat de dosering omhoog moet. Indien U niet veel bijwerkingen hebt en de pijn is nog niet voldoende verzacht, dan wordt de dosering verhoogd tot tweemaal daag 150 mg. Dit kan een week later verhoogd worden tot tweemaal daags 300 mg. Dit is de maximum dosis; verder verhogen heeft geen zin.
De bijwerkingen die het vaakst worden genoemd zijn slaperigheid, duizeligheid en vocht vasthouden.

Tegretol® kwam oorspronkelijk in de handel voor behandeling van aangezichtspijn. Pas later werd ontdekt dat het ook geschikt was ter behandeling van epilepsie. De dosering is zeer variabel (200 - 1200 mg per dag). De dosering moet langzaam worden opgebouwd. Bij hogere doseringen treden veel bijwerkingen op, met name bij patiënten op hogere leeftijd. De bekendste zijn sufheid, duizeligheid, droge mond, dubbelzien en leverfunctie stoornissen. Trileptal® heeft een effect dat vergelijkbaar is met dat van Tegretol® maar lijkt wat minder vaak bijwerkingen te hebben. De dosering varieert tussen de 600 en 1200 mg per dag. Deze beide middelen zijn het meest effectief tegen pijn die aanvalsgewijs optreedt (schietende pijn) ongeacht de oorzaak van de zenuwpijn. Bij Tegretol wordt éénmaal per halfjaar uit bloedonderzoek de leverfunctie gecontroleerd. Beide middelen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden.

Anti-depressiva
Middelen tegen depressiviteit zijn niet geregistreerd voor pijnbehandeling. Daarom vindt u hier niets over in de bijsluiter. Het zijn vooral de ouderwetse anti-depressiva (de zogenaamde tricyclische anti-depressiva) die effectief kunnen zijn zoals amitriptyline (Tryptizol®, Sarotex®), anafranil (Tofranil®) en desipramine (Pertofran®). De modernere middelen uit de groep SSRI’s zijn niet of nauwelijks effectief tegen pijn. De middelen duloxetine (Cymbalta®) en venlafaxine (Efexor®) nemen een tussen positie in en lijken wel effectief te zijn maar hebben minder bijwerkingen dan de tricyclische anti-depressiva. De meeste ervaring heeft men met amitriptyline. Dit middel is vooral effectief tegen branderige pijn en pijn met aanraken en moet langzaam worden opgebouwd. Meestal begint men met 10 mg per dag en bouwt dat in één of twee weken op tot 50 mg (b.v. 3 dagen 10 mg; 3 dagen 20 mg; 3 dagen 30 mg en vervolgens 50 mg). Indien er bijwerking en optreden, die vervelend zijn kan de dosering weer teruggebracht worden tot een lager niveau om eventueel later weer langzamer op te bouwen. Een duidelijk effect kan men meestal pas na één of twee weken verwachten. Omdat de sufheid soms te hevig wordt, wordt het middel alleen ‘s avonds ingenomen ongeacht de totale dag dosis (in de psychiatrie wordt dit juist drie maal daags gegeven). De overige bijwerkingen die regelmatig optreden zijn droge mond, moeite met scherp zien (van dichtbij) duizeligheid, hartritmestoornissen, en vasthouden van vocht. Ook de rijvaardigheid kan beïnvloed worden. De effectieve dosis varieert tussen de 10 en 150 mg.
Met duloxetine (Cymbalta®) wordt nu ervaring opgedaan. De dosering varieert van 30 tot 60 mg éénmaal per dag. De 60 mg tabletten worden niet vergoed door de ziektkostenverzekeraar, maar wel als men 2 maal 30 mg neemt.
Bij het opbouwen van de dosering van zowel amitriptyline als duloxetine kan het zinvol te zijn tussentijds te bellen met uw behandelend arts. De dosering wordt aangepast op geleide van het effect en de eventuele bijwerkingen.

Tramadol en opioïden (morfineachtigen)
Tramadol (Tramal®, Tramagetic®) is een pijnstiller die vaak wordt gerangschikt bij de zwakke opioïden (morfineachtige). Tramadol heeft echter ook een tweede werking die vergelijkbaar is met die van amitriptyline waardoor het zinvol kan zijn deze toe te passen bij zenuwpijn. Ook hier is er een grote variatie in effectieve dosis van 20 tot 300 mg per dag. Het is te krijgen als capsule, bruistablet, druppels, zetpil en tablet met vertraagde afgifte. Bekendste bijwerkingen zijn sufheid, duizeligheid, maagklachten en verstopping. Morfine met vertraagde afgifte (MS Contin®, Kapanol®) en fentanyl pleisters (Durogesic®) worden steeds vaker toegepast bij ‘goedaardige pijn’. Een aantal jaren geleden werd beweerd dat neuropathische pijn morfine-resistent was. Dit is slechts ten dele waar. Het kan soms de moeite waard zijn om een proefbehandeling met één van deze middelen te doen. Bij een gunstig resultaat kan overwogen worden hiermee door te gaan. In deze vorm van toediening is verslaving vrijwel nooit een probleem.

Bij behandeling van neuropathische pijn met welk medicament ook is het de bedoeling dat de pijn minder wordt d.w.z. tot een dragelijk niveau wordt teruggebracht. Dit mag niet ten koste gaan van te veel bijwerkingen. Het voordeel moet dus groter zijn dan het nadeel. Mocht u onverhoopt toch nog bijwerkingen krijgen die voor u onaanvaardbaar zijn, terwijl u nog onvoldoende pijnstilling ervaart, dan is het beter dat u stopt.

TENS
Deze behandeling wordt toegepast bij diverse pijnsyndromen waaronder rugpijn (al dan niet met uitstraling naar een been) nekpijn (al dan niet met uitstraling naar een arm of naar het hoofd), complex regionaal pijnsyndroom (ook wel bekend als sympathische reflexdystrofie of post-traumatische dystrofie), littekenpijn en bij zenuwpijnen. Het werkingsmechanisme van TENS is vele malen onderzocht en duidelijk omschreven in de internationale literatuur. TENS-apparaten zijn ontwikkeld om pijn te verlichten of zelfs geheel weg te nemen.

Versatis pleister
Een specifieke behandeling van pijn na gordelroos (postherpetische neuralgie) is de Versatis pleister. Deze pleister bevat een middel voor plaatselik verdoving (lidocaïne). De pleister wordt op de pijnlijke huid geplakt, soms is een tweede pleister nodig. Dit gebeurd éénmaal daags 12 uur op en 12 uur af. Deze is nog niet volledig in het geneesmiddelvergoedingssysteem opgenomen, maar kan bij de ziektekosrtenverzekeraar worden aangevraagd. Voorwaarde is dat de gebruikelijke behandeling eerst worden geprobeerd.

Effectiviteit
Het effect van al deze middelen is sterk wisselend. Vaak wordt het verder verhogen van de dosering beperkt door de bijwerkingen.

Nieuwe ontwikkelingen
Sinds een paar jaar wordt in onze kliniek gewerkt met Ketanest-S. Dit is een veel belovend middel waar we in de komende jaren steeds meer over zullen horen.

Geneesmiddeltoediening door middel van iontoforese door middel van de EMPI


Inleiding
Deze behandeling wordt vooral toegepast bij circulatiestoor­nissen van arm of been, complex regionaal pijnsyndroom (ook wel bekend als sympathische reflexdystrofie of post-traumatische dystrofie) en be­paalde zenuwpijnen. Ook kan de behandeling effectief zijn bij bepaalde vormen van aangezichtspijn. Bij vaatverwijders moet deze behandeling 5 à 10 keer worden herhaald. Verder wordt deze techniek toegepast bij gewrichtsklachten of lokale spierpijn waarbij éénmalig ontstekingsremmers (corticosteroïden) worden toegediend.



De Physionizer en de EMPI werken door middel van electroforese. Door electroforese is het mogelijk geneesmiddelen die normaal gesproken niet door de huid kunnen doordringen, toch via de huid toe te dienen. Het is bij sommige pijnsyndromen wenselijk dat vaatverwijders plaatselijk hun werk doen bijvoorbeeld voor de behan­deling van een arm of been, met behulp van een vaatverwij­dend medi­cijn labetalol (Trandate®) of ketanserine (Ketensin®). Hierbij krijgt men een gedeeltelijke blokkade van het onwillekeurige zenuwstelsel. Als gevolg van deze behande­ling ontstaat een verbetering van de doorbloeding in arm of been. In veel gevallen treedt hier­bij pijnvermindering op. Vaak komt de pijn na enkele dagen weer (gedeeltelijk) terug. Daarom wordt de behandeling éénmaal per week gedurende 10 weken herhaald. Een nieuwe ontwikkeling is het gebruik van Magnesiumsulfaat of Ketanest-S®. Met deze middelen is slechts een beperkte ervaring maar de resultaten zijn tot dusver veelbelovend.

Bij gewrichtspijn of lokale spierpijn wordt dexamethason (Decadron®) toegediend. Het effect hiervan is te vergelijken met een injectie van langwerkende corticosteroïden. Dit is een éénmalige behandeling, Echter als deze behandeling effectief is, wordt hij ook wel eens herhaald, maar niet vaker dan drie tot vier maal per jaar.

Werkwijze
De behandeling vindt poliklinisch plaats.
Bij de behandeling komt U op een bed of brancard te liggen. Er wordt een zacht gelkussen geplaatst in de buurt van de plaats waar u de pijn heeft. Vervolgens wordt dit gelkussen doordrenkt met een vloeistof waarin ook 5 tot 15 mg Ketensin zit (gemiddeld 10 mg) of 10 tot 25 mg Trandate. Bij uitgesproken zenuwpijn wordt de voorkeur gegeven aan 50 tot 75 mg Ketanest-S. Bij gewrichts- of spierpijn wordt 4 tot 8 mg dexamethason toegepast. Er wordt elders op het lichaam (meestal aan dezelfde ledemaat) een neutraal elektrodeplaat geplaatst. De twee draadjes van de EMPI worden geplaatst in het gelkussen en aan de plaat. Het apparaat wordt aangezet waarna gedurende ongeveer 20 minuten d.m.v. zwakstroom de labetalol, ketanserine, ketanest of dexamethason door de huid dringt. Als de behandeling klaar is, piept het apparaat.

Complicaties
Als mogelijke complicaties van deze behandeling kunnen tijdelijk bloeddruk schommelin­gen optre­den. Deze zijn meestal van korte duur maar kunnen soms enkele uren aanwezig zijn. De tekenen hiervan zijn duizeligheid en misselijk­heid. Deze klachten gaan vanzelf over. Enkele patiënten klagen na de behandeling over hoofdpijn.

Resultaat
Binnen enkele weken na herhaalde behandelingen kan het resultaat beoor­deeld worden. Het is echter goed mogelijk, dat u al eerder een gunstig effect bemerkt op de pijnklachten. In een aantal ge­vallen zal herhaling of een aanvullende therapie nodig zijn.

Let op!
1.Informeer uw behandelend arts voor de behandeling over een (eventuele) zwangerschap.
2.Informeer uw behandelend arts voor de behandeling over alle medicijnen die u gebruikt.
3.Informeer uw behandelend arts indien u bekend bent met hoge bloeddruk of hartritmestoornissen.
4.Het is verstandig de eerste keer niet zelf aan het verkeer deel te nemen. U dient er zelf voor te zorgen dat iemand anders u naar huis brengt. Indien u na de eerste behandeling geen averechtse reacties hebt gehad kunt u bij vervolgbehandelingen wel zelf aan het verkeer deel nemen.